Terug

Wokken

Ik schreef het al eens eerder: in mijn nog prille leven ben ik van elke vorm van religie verstoken gebleven. Zeer regelmatig komt het voor dat ik mijn ouders op mijn blote knieën dank om mijn goddeloze opvoeding, maar naarmate de jaren stilletjes aan me voorbijtrekken, gebeurt ook het tegenovergestelde steeds vaker. Laatst nog leek het me meer dan gepast God, het lot of wie of wat dan ook te verrassen met een vers boeket fleurige bloemen en een flesje van de allerbeste wijn.
‘Godzijdank,’ zei ik tegen Lisa toen we tegenover elkaar in een all-you-can-eatwokrestaurat zaten, ‘godzijdank heb ik in mijn klas leerlingen die al vele, vele leeftijdsfasen voorliggen op deze blèrende bergjes ellende.’ Ik knikte in de richting van drie kleutermeisjes, die gezellig met een bord minifrikandellen, bananenballetjes en loempia’s luid schreiend in een gangpad van het restaurant stonden. Juist toen Lisa vermoedelijk iets wilde zeggen over keuzes en eigen verantwoordelijkheden, verscheen moeder op het toneel. Met de intonatie van een Noord-Koreaanse nieuwslezeres en een vocabulaire dat op elke televisiezender ogenblikkelijk weggepiept zou moeten worden, maande ze de kleintjes tot stilte. Niet bepaald opvallend genoeg werkte dat het tegenovergestelde in de hand: een van de meisjes gilde en gooide met – en dat mag ook even gezegd worden – een uitstekend gevoel voor dramatiek haar bordje op de grond, waar het zonder pardon in ontelbare diggelen viel. Enkele bananenballen rolden vrolijk door het restaurant, dat plotsklaps doodstil werd. Dodelijke blikken van ‘nounounou’ en ‘tjongejongejonge’ werden van alle kanten op de terroristjes afgevuurd, wat als gevolg had dat kleutertje twee het voorbeeld van haar vermoedelijke zusje volgde. Ook zij kletterde haar bord op de grond en zette het op een onbedaarlijk krijsen. Moeder zag dit alles niet met lede ogen aan en besloot tot actie: ze nam het derde meisje, dat als versteend met haar bordje voor zich uit stond te staren, bij haar haren en sleurde het naar haar tafeltje. De andere twee wisten blijkbaar wat er komen ging: zij maakten zich behendig snel uit de voeten, iets wat ik het enige onschuldige meisje ook had toegewenst.
‘Mevlouwtje mevlouwtje,’ probeerde de inmiddels aangesnelde eigenaresse van de wok de stereotyperingen van vandaag de dag er nog lekker in te houden, maar ook dat was helaas tevergeefs. Bij haar tafeltje aangekomen sloeg mevlouw de moeder er – en weer moet ook dit even gezegd worden – zeer professioneel lustig op los. Ik kan wel zeggen dat ze het kleine kindje aardig knock-out mepte. Gelukkig liet papa dit niet helemaal gebeuren, want op zijn beurt deelde hij weer een aantal aardige tikken uit aan zijn echtgenote en aan een verveelde flik bepuiste puber die besloot het geheel toch maar even te filmen. Alhoewel ik er van overtuigd was dat hij de beelden alleen maar wilde gebruiken als bewijsmateriaal bij een eventuele latere rechtszaak en niet om te delen met al zijn matties en zo de blits te maken met als doel uiteindelijk dat ene chickie te scoren, liep hij met een rood hoofd en spuitende bloedneus met betraande ogen de zaak uit.

Enfin, twintig minuten later was het euvel door enkele gerechtsdienaars die met zwaaiende sirenes aan kwamen toeteren zo goed als verholpen. Vader en moeder werden in verschillende wagens afgevoerd, de drie meisjes wachtten samen met de eigenaresse op een familielid dat ze zou komen ophalen. Alle drie sabbelden ze gebroederlijk op een waterijsje zag ik, toen ik samen met Lisa langs ze liep om de rekening te voldoen. Toen dat gebeurd was en ik zag dat een oudere mevrouw met de meisjes – allemaal hand in hand – het restaurant uit liep, hoopte ik toch weer even op een God die het beste met ze voor zou hebben.



Terug