Terug

Wens

Op een koude decemberwinteravond zat ik eens met een van hebberigheid verguld gezichtje onder de kerstboom. Op de achtergrond speelden zacht wat kerstige guilty pleasures. In de weken voorafgaand aan dit naar dennennaalden ruikend tafereel had ik mijn nieuwsgierigheid flink moeten bedwingen om de handenvolle presentjes die Lisa met evenzovele franjes had ingepakt onder de kerstboom niet te bevoelen, hopend aan te treffen wat ik zo innig verlangde. Op twee momenten van extreme weetgragigheid na was dat aardig gelukt. Buiten sneeuwde het gemoedelijk. Zo. Dit was dan wel weer genoeg zoetsappige sfeertekening. Klaar nu.

Enfin. Ik kreeg wat ik zo innig verlangde, maar daarnaast ook nog een wensballon. Een maand of wat daarvoor zagen we tijdens een avondlijke wandeling door het Sittardse bos hoog in de lucht eens tientallen, allicht honderden, wensballonnen richting hemel varen. ‘Goh,’ zei ik, inmiddels stijf in mijn nek van al dat naar boven staren, ‘dat zou ik nu ook wel eens willen doen.’ Lisa onthield dat en tijdens die knusse avond, bijna aan het einde van het bewogen jaar waarop de koude winterwind om ons huisje gierde (stop de sfeertekening, stop het verdomme) kreeg ik mijn zin. Zonder te lang te wachten schoten we in onze extra gevoerde winterjassen om de ballon op een van de weilanden achter ons huis op te laten, om vervolgens onze blikken naar boven te richten en het allerbeste te wensen.

Aldus geschiedde. Na een wandeling van een minuut of wat kwamen we aan op het langgerekte veld. Ik haalde een doosje lucifers uit mijn binnenzak terwijl Lisa de ballon uitvouwde. ‘Lijkt wel een bijsluiter,’ zei ze, toen ik haar, na enig gestuntel even aangezien te hebben, een helpende hand toereikte. Na wat in de vrieskou een uur leek maar in werkelijkheid waarschijnlijk twee minuten waren, was de ballon gereed voor vertrek. ‘De nooduitgangen zijn beneden en boven,’ zei ik plechtig. Ik streek een lucifer aan, snoof het zwavelaroma opzichtig op en stak de ballon aan. Deze steeg kort op, draaide om zijn as, vloog de andere kant op, daalde onmiddellijk, vatte volledig vlam en ging tien meter verderop roemloos ten onder in het prikkeldraad.

Het deerde niet. Ondanks de kleine deceptie wensten we het goeds mogelijke en keken we omhoog alsof onze ballon onverstoorbaar ten hemel voer. Het werd uiteindelijk een verrukkelijke najaarsnacht in en rondom ons gemoedelijke appartementje, waarvan de ramen ter herinnering aan alle voorbije heerlijkheden de ochtend nadien nog vol helderwitte decemberijskristallen zaten.



Terug