Terug

Weer

‘Ja, het is zeker lekker weer,’ zei ik tegen de onbekende oude vrouw in de bus die me om volstrekt duistere redenen had voorzien van een uitgebreid verslag van de weersomstandigheden van de afgelopen dagen. ‘Eerst was het niet mooi, maar nu weer wel,’ zei ze, ‘maar daar zit ook een minpuntje aan, iets wat jij de komende jaren nog echt niet zult begrijpen jongeman, want dan hou ik meer vocht vast. Heb ik ineens overal van die bulten.’ Ik knikte quasi-begrijpend. ‘Vocht vasthouden, dat is vast niet fijn zeg,’ mompelde ik, en bood daarmee een onbedoelde ingang voor een verhandeling waarin ik alle fysieke gebreken van de halfdode moest aanhoren. Een busrit van een kwartier duurde nog nooit zó lang.

Maar het moet worden gezegd: ze had gelijk. Eerst was het niet mooi, maar nu weer wel. Langzaam maar zeer zeker maakt het voorjaar plaats voor de zomer, die met een allesverzengende hitte vast evenveel geklaag bij de Nederlandse populatie zal oproepen als de min twintig van nog helemaal niet zo lang geleden. Zoals deze winter, toen tijdens de carnavalsoptocht Prins Carnaval van volkomen onderkoeling twee meter van de praalwagen kukelde en iedereen alles en iedereen vervloekte vanwege de vorst, zullen de komende weken vervuld zijn van het geklaag van bejaarden en ander gespuis die niet anders willen en kunnen dan aan de eerste de beste jongeman uit de doeken doen hoe ze moeten lijden. Zij, die het lijden van de gehele mensheid op zichzelf lijken te hebben betrokken en niets anders doen dan dat te verkondigen; hun eigen Heilige Woord met hun stapels doktersrecepten als Heilige Geschriften, die zelfs op verjaardagspartijtjes van kinderen en kleinkinderen onder iedereens neus moeten worden geschoven. Zo van: ‘Hier kindeke, vijftig euro voor je geboortedag, want ik geef het geld liever met een warme dan met een koude hand. Over warm gesproken …’

En de gezonden (of anders: niet-klagenden) der natie dienen dat telkens weer aan te horen en begrip te tonen. Ik zal mij deze zomer, om dit te voorkomen, elke keer wanneer het kwik boven de twintig graden zal uitstijgen, opsluiten in een bejaardenvrije omgeving, waar ik in mijn eentje ontzettend blij ga zitten zijn met het mooie weer. Eerst was het niet mooi, toen weer wel, en nu nog beter.



Terug