Terug

Vriend

In de afgelopen jaren zijn vrienden in mijn leven gekomen en gegaan. Bij elke nieuwe levensfase hoorde een kliek nieuwe vriendschappen. Waar ik als kind nog semi-stoer op een grasveld met ontbloot bovenlijf en een kartonnen pakje Fristi in mijn hand met anderen achter een plastic bal aan holde, zak ik nu met anderen avonden door, losweg lallend en lullend over de betekenis van het werk van Reve en Hermans in onze tijd.

Het is, kortom, een komen en gaan van levensgezellen geweest de afgelopen jaren. Eén vriend heeft me echter nooit verlaten. Het is te stellen dat we na al die jaren, ik meen dat we elkaar ontmoetten toen ik net de eerste stapjes in deze achterlijke aardkloot zette, enigszins met elkaar vergroeid zijn. Buddy’s van het bestaan, amices in het avontuur des levens. En alhoewel het contact de laatste jaren enigszins is verwaterd, vergeet ik nooit. Hoe we vroeger. Hoe we daarna ook nog wel eens. Hoe we toen die ene keer.

Op de basisschool kwam ik geen dag door zonder op zijn minst even met elkaar geknuffeld te hebben. Dat lichamelijk aanhankelijke werd snel minder, maar vooral ’s avonds bleef ik zo nu en dan behoefte voelen aan fysiek contact. Op dagen dat het wat minder ging, toen ik met een klein, gebroken beentje in het ziekenhuis lag, week hij geen moment van mijn zijde. Hij sleurde me door de dalen van de puberteit heen en las over mijn schouder mee toen ik de literatuur ontdekte.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat het niet altijd eenvoudig was. Die keer dat ik zijn oog van zijn kop rukte bijvoorbeeld staat me nog helder genoeg voor de geest om er zo nu en dan badend in mijn eigen angstzweet van wakker te worden. Of toen ik hem in een pretpark eens verloor, en hem later de hand van mijn moeder, roerloos naar boven starend in een plexiglas bak met opschrift, bij de klantenservice op kon halen. Toen zijn staart er op een dag er plots afviel en hoe ik mijn makker luid schreiend naar mijn oma bracht, die hem met haar naaimachine weer liefdevol completeerde terwijl ze mij zachtaardig troostte. Zijn kopje, drie dagen in een onnatuurlijke knik nadat hij in Griekenland onderuit een koffer tevoorschijn kwam. Het is me in die tijden van angst en pijn vaak ongenadig duidelijk geworden: vriendschap tussen mens en pluche gaat dieper dan men durft toe te geven.



Terug