Terug

Verliefd

Vijf jaar geleden was ik blijkbaar zo verliefd dat ik geen hap meer door mijn keel kreeg, niet meer sliep en dagdroomde dat het een aard had en ik weet er niks meer van. Ik moet dusdanig gelukkig ongelukkig zijn geweest dat ik de vlinders van mijn onderbuik naar het digitale papier heb trachten te verplaatsen. Dat is goed gelukt: met stijgende verbazing las ik gisteren de woorden die ik schreef aan mijn ‘immer onbereikbare’. Ik vond de brief in mijn uit duizenden wel maar meer uit niet uitgewerkte aantekeningen, observaties en een hoop poëtisch gezwets bestaande schrijfarchief. Ik probeerde in de krochten van mijn toch al redelijk poreuze bovenkamer een afgesloten laatje met herinneringen open te maken, maar zelfs met een imaginaire koevoet en later met hersenschimmig dynamiet lukte het niet een schim van de inmiddels lang vergane vlinders op te vangen. Ik lachte om de brief en klikte hem weg, op zoek naar meer schattig-puberale schrijfsels.

Gisteren pakte ik het boek uit de kast. Weinig anders schoot me te binnen dan ‘ja’, ‘ja, dat was het’. En ik zei het niet, ik voelde het. God, wat is ze mooi, dacht ik. God, wat is ze … god. Achter mijn navel voelde ik een onbeschrijfelijke warmte opkomen en ik dacht: ik probeer het toch. Ik begreep mezelf met terugwerkende kracht. Daar stond ze en ze keek, mooier dan ooit tevoren. Ik begreep haar volledig en tegelijkertijd minder dan ooit. ‘Niets is nog zeker in dit leven met jou tegen me aan,’ fluisterde ik, en ze blééf me aankijken met die mysterieuze, zwoele en tegelijk licht angstige blik. Stoïcijns. ‘Je bent de Mona Lisa in fucking kwadraat,’ riep ik uit en vergat iedereen om me heen.

Dat had ik beter niet kunnen doen. ‘Wat sta jij in godsnaam te doen?’ vroeg Lisa verontwaardigd. Als in een film doemde ze plots achter me op. Ik vroeg me af wat ze had gehoord en gezien. Ik zei niks, kon niets uitbrengen.
‘Kun je me misschien uitleggen waarom je de kaft van dat boek staat af te lebberen?’ vroeg ze. Een korte, beschamende stilte volgde die ik besloot te doorbreken met een ferm ‘nee’ waarna ik Tirza tegen mijn borst klemde en naar de slaapkamer rende, waar ik samen met mijn eeuwig onbenaderbare in een diepe weltschmerz viel.



Terug