Terug

Veilig

Tot mijn twaalfde was ik elke avond voordat mijn ogen zichzelf ’s avonds voor een aantal uur definitief dichtklapten, bang voor gemaskerde mannen die mijn zeer geliefde bezitten zouden plunderen. Voor enkele écht waardevolle spullen als een drietal knuffels, een cd met enkele zeer vrolijke kinderdeuntjes en een kleine spelcomputer had ik ’s nachts dan ook een speciaal plekje: ik nam ze mee onder de dekens. Zelfs de meest verstandelijke begaafde boef zou daar niet gaan zoeken. Veel dingen op deze aardkloot zorgden voor meer comfort, welbeschouwd alles eigenlijk wel, maar mijn eigendommen waren in ieder geval veilig.

Op een nacht werd er écht bij ons ingebroken. Wat bleek: de schavuiten hadden zich alleen het kistje met kleingeld dat ik had opgehaald met de intensieve verkoop van kinderpostzegels toegeëigend. Ze waren niet eens op de bovenverdieping geweest – laat staan dat ze eraan gedacht hadden mijn materiële schatjes oneigenlijk mee te nemen, te verschepen naar Thailand of Bangladesh en voor een erg lage prijs te verpatsen aan zwaar minderjarige straathoertjes die in hun vrije uurtjes ten slotte toch ook iets te doen moesten hebben. Ondanks dat ze de heilige bovenverdieping niet bereikt hadden, bezorgde de gedachte aan in ons huisje rondtrippelende inbrekers me de jaren daarop nog vaak de nodige rugrillingen.

Het duurt even, maar dan zijn we toch aangekomen bij het daadwerkelijke onderwerp van deze column. Je doet toch je best. Nou, komt ‘ie: afgelopen week stonden Ger en Anita aan de deur. Je weet wel, Ger en Anita, van hiernaast. Ze zochten buurtbewoners die graag in het ‘buurtpreventieteam’ plaats zouden willen nemen om ‘verdachte situaties’ met elkaar te delen maar vooral om die voor te zijn. Kleine criminaliteit de wijk uit! Anita vertelde gepassioneerd, Ger knikte zo nu en dan. Anita vertelde trots dat ze laatst een schobbejak hadden weten te ontmaskeren die al tientallen auto’s had bekrast.
‘En het belangrijkste van dat hele buurtpreventieteam,’ ging ze verder, ‘is dat als je deelneemt, je een geel hesje krijgt!’ Ze was er zelf echt enthousiast over. ‘Een authentiek geel hesje, waarmee je op dinsdag- en donderdagavond mag surveilleren in de wijk.’
‘Zozo,’ zei ik, waaraan ik toevoegde dat het me hartstikke leuk leek, echt hoor Anita, maar dat ik het in principe op zich eigenlijk om eerlijk te zijn al behoorlijk druk had in mijn eigen leven. Leuk hoor, zo’n buurtpreventie, of góéd eigenlijk, nuttig, zeer nuttig, maar niet aan mij besteed.
Ger haalde zijn schouders op en wilde alweer weglopen, maar Anita moest wat kwijt. Ze vond het jammer zei ze, héél jammer. Maar ze zou me dan wel in whatsappgroep stoppen. Dan hoefde ik niet de deur uit, maar kon ik wel op de hoogte worden gehouden van wat er allemaal speelde. Ik durfde geen nee te zeggen. Ger keek me meelijdend aan.

De afgelopen dagen is mijn telefoon op tilt geslagen. Per dag ontvang ik ongeveer vijfhonderd berichten van mensen uit mijn buurt die ik nog nooit gezien heb. Over een vrouw, die een aantal keer door de straat heen liep. Zeer verdacht, vonden velen. Ik kreeg mee dat er een redelijk hardhandig burgerarrest was uitgevoerd. Anita en Ger hadden samen met de overbuurman de vrouw besprongen, op de grond geworpen en de politie gewaarschuwd. De vrouw bleek Pokémon Go aan het spelen te zijn. Maar ik ontvang ook berichten over de hond van de nicht van Ger, die lymfeklierkanker heeft. Anita stuurt er veel berichten over. En elke ochtend wensen vijfendertig vrouwen me een fijne dag. En elke avond ontvang ik zo niet nóg meer welgemeende welterustenwensen.

Natuurlijk wil ik eigenlijk gewoon uit die app - sterker nog: ik heb er nooit in gewild. Maar ik durf niet. Jeugdige angsten steken de kop op. Anita schrikt mij meer af dan welke inbreker dan ook.



Terug