Terug

Sorry

‘Celebrating 20 years of democracy’, staat er in kille witte letters op zijn shirt gedrukt. Zonder enige gêne gaat hij languit op de bank zitten, waardoor de behoorlijk doorvoede vrouw op leeftijd naast hem een stuk op moet schuiven. De vrouw zucht zacht en kijkt mij aan. Het komt me voor dat ze non-verbaal goedkeuring vraagt voor een onvermijdelijke toenadering. Ik heb door dat ze niet anders kan en bovendien is er in mijn richting nog genoeg ruimte, dus ik knik vriendelijk.

‘De Maas is een regenrivier,’ hoor ik de audiotour ondertussen onverstoord doorratelen. ‘Dat betekent dat het water in de winter vaak enkele meters hoger staat dan in de zomer, vanwege de vele neerslag. Momenteel varen we overigens onder de Sint Servaasbrug door, een brug die vernoemd is naar, en de naam verklapt het natuurlijk al een beetje …’

Mijn aandacht verslapt. Met gepaste gruwel constateer ik dat alle tien teennagels van de vrouw zijn bedekt met een dikke laag bruingele schimmel. ‘Doe dan geen open schoenen aan,’ mompel ik te zacht. Ik vraag me af of ze haar sandalen te strak aan heeft getrokken of dat er een mogelijkheid bestaat dat een aanzienlijk gedeelte van het vet in plaats van haar buik, die al rond genoeg is, naar haar voeten is gezakt. De sandalen lijken ieder moment uit elkaar te kunnen spatten.

‘Kunt u misschien nog wat opschuiven?’ vraagt de man met het shirt in gebrekkig Engels. Hij wil graag ruimte maken voor zijn vrouw en dochter. Het meisje staart naar de corpulente vrouw met een hoorntje met blauw ijs in haar hand. ‘Mama,’ zegt ze en wijst in de richting van de vrouw naast me. Mama snoert haar dochter echter op tijd de brutale mond.

‘Nu rechts ziet u een stukje van de beroemde Sint Pietersberg. Tot op de dag van vandaag wordt er uit deze grotten mergel gewonnen, een krijtgesteente met vele toepassingen. Interessant om te weten is dat veel gezinnen …’ De boodschap wordt in twee andere talen herhaald.

Terwijl de Nederlandse vlag in de frisse nazomerwind fier heen en weer wappert, schuift de vrouw nog een stuk op in mijn richting. Mama gaat zitten. De man knikt haar toe, maar van enige dankbaarheid geeft hij geen blijk. Het kind kruipt bij haar moeder op schoot en begint aan de laatste restjes van het ijsje. Ze kijkt beteuterd wanneer dat proces is afgerond en begint te zeuren.

Haar horloge zit volgens mij ook al te strak, denk ik als ze met een ouderwets foto-apparaat enkele plaatjes van de omgeving schiet. Terwijl de boot met een ras tempo over de rivier glijdt, maakt de dikke vrouw foto’s. Foto’s die ze thuis uitzoekt en dan laat ontwikkelen. Ze plakt ze in een fotoboek dat pas door anderen gezien wordt na haar dood. ‘Wanneer heeft ze dan in godsnaam die rondvaart gemaakt?’ zullen haar nabestaanden zich afvragen. ‘Waarom weten wij nooit wat?’ Ik zit erbij en staar ernaar. Bijna raakt haar arm de mijne.

‘Aan uw linkerhand ziet het gouvernementsgebouw. Leuk feitje: tussen deze muren is het befaamde Verdrag van Maastricht tot stand gekomen. En zoals u weet diende het Verdrag van Maastricht ter oprichting van …’ Engels, dan Duits.

De leesbril, die zojuist nog met een kittig kettinkje om haar hals hing, staat nu laag op haar neus. Ze heeft een lief gezicht, maar kijkt me streng aan. Mijn ogen verontschuldigen zich voor zaken waar ze niets mee te maken hebben. Sorry, roepen ze, oprecht sorry. Het kind huilt, vader maant onverbiddelijk tot stilte.

20 years of democracy. Ik denk na. Is dat een uiterst antiek shirt of komt deze man uit nog niet lang beschaafde oorden? Waar men na eeuwen uiterste onaardigheid elkaar sinds twintig jaar ineens vriendelijk groet op straat? Waar men hulpbehoevenden daadwerkelijk hélpt? Uit zijn verminkte Engels valt in ieder geval weinig op te maken. Het kleine meisje bijt op haar lip.

De audiotour spreekt verder.

Als we bij ons eindpunt arriveren, staat ze op. Het valt me op dat ze kleiner is dan ik dacht. Het democratische gezinnetje is inmiddels uit het zicht verdwenen, maar aan de andere kant van de boot hoor ik een klein meisje gillen. Als ik zie hoeveel moeite ze moet doen om van de loopbrug af te komen, denk ik onwillekeurig aan bezwete brandweermannen en een takelwagen die onder tegendruk bezwijkt.

20 years of democracy, m’n dikke vette reet. In Nederland hebben we al tweehonderd jaar een democratie en nog altijd zijn we onbeschaafd als holbewoners. Het door mij veronderstelde verband tussen democratie en fatsoen is bij dezen voorgoed verworpen. Sorry, zeggen mijn ogen. Ik wil er allemaal niets mee te maken hebben maar toch, het gebeurt.

‘Bedankt en wie weet tot ziens,’ zegt de kapitein tegen eenieder die van de boot gaat. Bij het verlaten van de boot geeft hij mij een hand. Ik zeg dat ik het prachtig heb gevonden, maak een kleine buiging en loop de kade op. Als ik me even later omdraai, zie ik van een afstandje hoe hij de vrouw van de verder leeggelopen boot helpt. Halverwege de loopbrug is ze blijven steken. ‘Sorry,’ roep ik naar de vrouw. ‘Sorry, oprecht sorry,’ maar horen doet ze het niet.



Terug