Terug

Slang

‘Ik heb geen onderbroek aan!’ riep ik verbeten van angst terwijl ik de te dunne ziekenhuisdekens zo strak mogelijk om mijn middel trok. Lisa lachte innemend, in de vaalverlichte zaal zag ik bedlegerigen hoognodig pretenderen dat de klanken uit die zin hun sterk verouderde gehoorgangen niet hadden bereikt.
‘Jawel hoor,’ zei Lisa en probeerde de deken van me af te trekken, wat ik, met de weinige kracht die me nog restte, probeerde te verhinderen. Mijn slappe armpjes bleken echter niet opgewassen tegen haar brute jongevrouwenkracht en ze trok het dekentje van me af. Tot mijn grote verrassing droeg ik niet alleen een onderbroek, maar ook mijn grijze bankhangbroek incluis vertrouwde ketchupvlekken nabij mijn kruis.
‘Wauw,’ was alles wat ik kon uitbrengen vlak voordat ik luid lachend slaap viel, mijn blik strak, bijna eng, gericht op de boomzagende man in het bed naast het mijne.

Wat later werd ik wakker met een bonkend maar overlopend hoofd. Naast mijn bed een verpleegster en Lisa.
‘Alles is prima verlopen hoor,’ zei de vrouw zachtjes terwijl ze eerst mij kort beknipoogde en daarna tegen Lisa sprak. ‘We hebben eigenlijk niets geks gevonden, dus wees gerustgesteld. Het kan zijn dat je de komende uren wat moeilijk kunt zitten, maar dat trekt vanzelf weer weg.’
Van tevoren was me al verteld dat ik door de halve narcose vrijwel alles van de achterwaartse ingreep zou vergeten en er zou volgens de brochure in de uren erna sprake kunnen zijn van ‘enige verwardheid’. Aan die twee woorden, ‘enige verwardheid’ dacht ik toen de verpleegster haar geruststellende woorden sprak en ik dacht aan al die keren dat ik tijdens wilde avonden duizend verdovende middelen had willen gebruiken en dat niet of juist wel had gedaan. Ik vond, op een diep verscheurende pijn in mijn achterste na, de wereld werkelijk prachtig en zeer lieflijk. De vrouw zei iets over ‘uitslapen’ en ‘rustig aan doen’, en schrok behoorlijk toen ik haar vol oprechte trots mijn nieuwe onderbroek liet zien.
‘Ja luistert u eens,’ zei ik, ‘normaal koop ik niet van die dure onderbroeken hoor, dat is ook maar zo zonde. Het is en blijft toch maar een stukje stof dat vrijwel ieder oog ontgaat. Soms zijn die krengen echt heel erg duur, zoals u misschien weet. Deze heb ik echter laatst in de aanbieding gekocht en ofschoon hij alsnog behoorlijk duur was, is hij het voor mij dubbel en dwars waard. Noteert u dat anders maar even: dubbel en dwars. Manmanman, wat een weelde,’ en ik ratelde nog wat door. Grijze lui keken zogenaamd stoïcijns de andere kant op en de uitslapende man naast me draaide zich op zijn andere zij. Lisa verontschuldigde zich, maar dat werd teniet gedaan.
‘We zien wel erger,’ zei de ziekenzuster. ‘Maakt u zich daar niet druk om.’ Toen ik Lisa min of meer opgelucht weg zag kijken, ontluchtte ik me achterwaarts dusdanig dat het ziekenhuis op haar grondvesten schudde.
‘Halleluja!’ riep ik met een Amerikaans accent en de man naast me schrok wakker, schoot rechtop in zijn bed en keek me aan alsof de Apocalyps aanstaande was.



Terug