Terug

Sinterklaas

Het is weer zo ver: een supermarkt ergens in den lande besloot eind juli al pepernoten in de verkoop in een of andere hoek te gooien en mensen op social media draaiden helemaal door. Woedestoom spatte van het scherm toen ik een artikel las. Radeloze reacties als ‘hoe moet ik dit nu weer aan kleine Kyano uitleggen’ met drie huilende emoticons en ‘zijn jullie nu godverdomme helemaal van de pot gerukt’ met een middelvinger waren allesbehalve uitzonderingen. Persoonlijk maakt het me geen enkele mallemoer uit hoe, waar en hoezo er kleine sinterklaaskoekjes worden verkocht. Het is echter niet mijn intentie die mening nu volledig uiteen te zetten, nee zeg kom op, ik beoefen ook slechts een hobby, ik was alleen op zoek naar een treffende opening voor deze column over – jawel – sinterklaasillusies. Zo.

Toen mijn moeder mij het Grote Sinterklaasgeheim mededeelde, nam een uitzinnige kwaadheid bezit van mij. Ik vroeg mij hardop af wat die leugens al die jaren voor zin hadden gehad. Waarom? Waar was het goed voor? Mijn moeder probeerde, legde uit, vergoelijkte, maar zonder effect.
Middenin een pijnlijk besef keek ik haar aan.
‘Dieuwertje,’ zei ik, met de laatste hoop dat mijn gestel rijk was. Mijn moeder keek me strak aan en knikte berustend.
‘Ook Dieuwertje,’ sprak ze.
Het is te zeggen dat mijn wereld instortte. In de dagen daarna at ik nog maar weinig en het spreken beperkte ik tot een noodzakelijk minimum. Op school begonnen juffen zich ernstige zorgen te maken. Uitgerekend op de kille decemberdag dat de ‘rommelpieten’ ons klaslokaaltje overhoop hadden gehaald (een van mijn vriendinnetjes was dusdanig bang dat ze in haar broek scheet), nam een van de juffen me even apart tijdens een pauze. Ik huilde, schreeuwde, tierde, maar weigerde te zeggen wat me dwars zat, uit angst dat ook háár droom uiteen zou spatten. Logica maakte nog maar weinig deel uit van mijn bestaan.

In de jaren die volgden, leerde ik met pijn en moeite leven met het besef van non-existentie. Tot op de dag van vandaag ben ik het feest wel altijd op de voet blijven volgen. Elk jaar ben ik op de hoogte van de problemen die de tragische Sint steeds blijven achtervolgen en – ik moet het toegeven – soms slaap ik na een aflevering van het Sinterklaasjournaal slecht, bang dat het feest dit jaar wegens problemen met de stoomboot, het boek of hoofdpiet nu eens écht niet doorgaat.

Ik denk dat er altijd een deel van mij hardnekkig is blijven geloven. Daarom zie ik er ook als een berg tegenop om ‘het’ eventueel later aan mijn eventuele kinderen eventueel te vertellen. Want het is allemaal leuk en aardig, Sinterklaas, maar het beestje bij de naam noemen, lukt me nog steeds niet.



Terug