Terug

Schuiven

Lichten flikkeren epileptisch intens, beugelmeisjes met aan elke hand drie jongensachtige jongens gillen opgewonden kreetjes en norse onverstaanbare Polen kruipen op krukjes om gewonnen knuffels van het plafond te trekken en te ruilen tegen een bakje felgekleurde plastic fiches met uiteenlopende waardes. Ik bevind me op een plateautje waar een stuk of vijftien machines kermisklanten poten staan uit te draaien. Aanvankelijk had ik verwonderd om me heen gekeken en tegen Lisa gezegd dat ik het toch best wel dom vond dat je tientallen euro’s uitgeeft aan muntjes om die uiteindelijk in een drastisch weinigvoud terug te zien in een waardeloos knuffelbeest, maar inmiddels heb ik de gehele controle over mijn hersens en handen verloren en prop ik als een malle kleine koperen schijfjes in de muntjesschuifmachine. Lisa staat er erbij en moedigt me aan terwijl ze zo nu en dan zachte klopjes op mijn schouder geeft en toejuichende woorden mompelt.
‘Jij krijgt van mij dat nijlpaard,’ zeg ik, met mijn kin wijzend naar het stuk pluche boven ons waarvan ze te kennen had gegeven het wel een aardig knuffeltje te vinden.
‘Ja maar die is vijftigduizend punten,’ zegt ze. ‘We hebben er nu zesduizend.’
Het was waar. Voor de investering van vijftien euro hadden we zesduizend punten bij elkaar gespeeld, net genoeg om een plastic bingospel, een smurfenmok of een zak lolly’s te kopen. Ik was echter vastberaden. Gouden tijden zullen spoedig aanbreken, dacht ik terwijl ik er zelf steeds minder in begon te geloven.

Een half uur, onmenselijk veel stress en irritatie en nog eens vijfendertig euro later hebben we twintigduizend punten verzameld, genoeg voor een mini-variant van het nijlpaardje. Een soort groot uitgevallen sleutelhanger is het.
‘Al is dit het laatste wat ik doe,’ zeg ik geërgerd, ‘jij krijgt godverdomme die neushoorn.’
‘Nijlpaard,’ verzucht Lisa en ze geeft voorzichtig te kennen dat ze eigenlijk ook nog wel in een andere attractie had gewild. ‘Het wordt zo onderhand toch al vrij laat,’ voegt ze eraan toe, maar ik wil er niets van weten. Nog dertigduizend punten, daar zijn we zo. Dat ik het knuffeltje voor het geïnvesteerde budget inmiddels al een keer of vier voor haar in de speelgoedwinkel had kunnen kopen, komt niet meer in me op. Ik merk op dat de Pool ons van een afstandje grinnikend gade slaat.

Nog eens een aantal minuten dat zich op zes handen laat tellen later, kan ze er niet meer tegen. ‘Toon,’ zegt ze, ‘klaar zo. Dit kost wel heel veel geld. Ik vind een kleinere knuffel ook leuk, ik heb niet eens echt om dat nijlpaard gevraagd.’
‘Neushoorn,’ verbeter ik haar en terwijl mijn handen blind muntjes in het apparaat blijven proppen ga ik door: ‘maar ik wil dit afmaken, het moet. Een middeleeuwse queeste. Zoek dat woord anders maar op, dan heb je even wat te doen.’
Ze kijkt me aan, fronst haar wenkbrauwen en zwaait plots enthousiast naar iemand over mijn schouder. Een studievriendin, zegt ze. Ze gaat er even heen, zegt ze. Ze is zo terug, zegt ze. Vijf minuten later komt ze inderdaad terug. Ze gaat even met het meisje en haar vriend in de rups, zegt ze. Ik zag haar die avond niet meer terug.
Die avond kwam ik thuis met een nijlpaard. Lisa lag op de bank te slapen.



Terug