Terug

Schrijven

Het is inmiddels wijd en zijd bekend dat ik de pen weer heb opgepakt en dat ik drie keer per week (te weten maandag, donderdag en zaterdag – maar dat wist u natuurlijk) een column op deze website publiceer. Het gebeurt zeer regelmatig dat ik op straat, op school of tijdens een vergelijkend warenonderzoek in de supermarkt word aangesproken op mijn schrijfwerk. Mensen die iets over mijn schrijvelarij op te merken hebben, vallen grofweg uiteen in drie categorieën. Bij de uiteenzetting die daarover hieronder volgt, dient opgemerkt te worden dat die categorieën elkaar in de praktijk vaak overlappen.

De eerste categorie bevat (en ik ga gewoon zeggen waar het op staat) bewonderaars. Ze spreken me aan en zeggen in zeer uiteenlopende bewoordingen dat ze zich uitermate geamuseerd hebben tijdens het lezen van het meest recente stukje. Aanvankelijk wist ik niet goed hoe te reageren op dergelijke complimenten. Wanneer iemand op mij afstapt en zegt dat hij of zij (zeker niet tot mijn grote ongeluk meestal een zij) zich ‘behoorlijk bescheurd’ heeft, tover een glimlach om mijn mond en zeg dat ik dat erg fijn vind te horen. Vervolgens smalltalk ik er even lustig op los waarna ik weer verder ga met mijn dagdagelijke bezigheden.

Over de tweede categorie lezers kan ik vrij kort zijn. De enige vraag die zij mij stellen is of alles wat ik beschrijf, echt gebeurd is of dat ik ‘gewoon’ een levendige fantasie heb. Standaardantwoord: ‘Dat is voor jou een vraag … en voor mij eigenlijk ook’ waarmee ik de situatie steevast als afgehandeld beschouw. Deze onduidelijkheid mijnerzijds dient overigens geen ander doel dan verwarring te zaaien, omdat dat volgens mij een der belangrijkste taken van de schrijver in dit versplinterde postmoderne literaire landschap van vandaag de dag dus dat is schapen scheren met champagne in je kont en een boekproeverij op de koop toe.

‘Lezers’ uit de derde categorie plak ik in mijn fantasie regelmatig met hun hele hebben en houwen achter het behang alwaar ik ze een aantal dagen laat creperen tot ze stikken in hard geworden behanglijm. Deze groep mensen, die tot mijn grote spijt helaas overweldigend in de meerderheid is, heeft hoogstwaarschijnlijk nooit een stukje gelezen, maar alleen viaviaviavia van mijn schrijverij gehoord. Categorie-drieërs hebben, kortom, geen idee waar ze het over hebben. En daarom menen ze elke keer dat ze zich in een straal van circa dertieneneenhalve meter bij mij vandaan bevinden en er een enigszins ongebruikelijk gespreksonderwerp aan bod komt, op te moeten merken dat het misschien leuk voor mij is om daar misschien een column aan te wijden. En anders hebben zij nog wel een leuk verhaal dat ik kan verwerken. Misschien wel goed om bij dezen even te vermelden dat ik het niet bepaald waardeer om dat pakweg een keer of zeshonderdvijfendertig per dag te horen en dat ik zelf voldoende onderwerpen op voorraad heb. En anders verzin ik er gewoon wat bij – en die opmerking is dan weer een hint voor degenen die zich herkennen in mijn beschrijving van categorie twee.



Terug