Terug

Scheurkalender

In de zomervakantie laat God de dagen voorbijvliegen zoals een klein restje bedorven appelmoes door het toilet roetsjt. Haast letterlijk trouwens, want vorige week smeet Lisa vlak voor het doorspoelen per ongeluk de scheurkalender met quotes van de onvolprezen Herman Brusselmans die boven ons toilet hing in de pot. ‘Toon,’ zei ze toen ze ’s ochtends uit het kleinste kamertje kwam, ‘was die scheurkalender erg duur?’

Het antwoord was nee, maar toch weende ik inwendig kleine traantjes toen ik zag dat de scheurkalender die me dagelijks met levensvreugd vervult in een plasje diepgele ochtendurine zwom. Een snelle speurtocht op internet leerde dat er begin augustus nergens meer een scheurkalender van het reeds ver voortgeschreden jaar te bestellen is, ook niet op websites die grote hopen papieren troep en ramsj verkopen. ‘Dan zit er maar één ding op,’ zei ik. Ik kneep mijn ogen dicht, dacht aan een fris, stromend beekje in een verder door iedereen verlaten bos en haalde de kalender uit de pot. ‘Drogendrogendrogen,’ zei ik, snelwandelde door de woonkamer, opende de deur naar buiten en smeet de kalender in de volle zon. ‘Gad-ver-damme,’ hoorde ik achter me, en nog een keer, maar dan hysterischer: ‘gadverdamme!’

Een uur later was de kalender droog. Daar kon je niets van zeggen, en dat deed dus ook niemand. Ik had simpelweg geweigerd mijn op dun papier gedrukte papierbijbel naar het cilindervormige archief te verplaatsen, waar het na een korte tocht met een gemeentelijke stinkwagen uiteindelijk verpulverd zou worden om uiteindelijk, zo onze wrede God het waarschijnlijk gewild zou hebben, op aarde weder te keren als een kleurig en wie weet zelfs geurig rolletje strontpapier. Ik had met mijn actie de scheurkalender van de definitieve ondergang gered en dat voelde goed. Terwijl een lichte huivering door mijn lichaam trok, raapte ik de kalender op en tot mijn verbazing bemerkte ik dat slechts de maanden oktober tot en met december zwaar waren beschadigd. De rest bleek nog in nieuwstaat. Na wat voorzichtig geduw en getrek kreeg ik het voor elkaar dat alle afzonderlijke Brusselmansspreuken, ook die teksten die de laatste donkere maanden van het jaar draaglijk moesten maken, nog leesbaar waren. Zeer tevreden hing ik de kalender terug aan de spijker boven ons toilet, terwijl achter me Lisa met afkeurende geluiden liet merken het met mijn werkwijze ontzettend oneens te zijn. Ik negeerde haar gemekker echter volkomen: voor mij had elke dag van de rest van het jaar zijn gouden randje gehouden. Had ik God mooi te pakken.



Terug