Terug

Ruzie

‘Je hebt mijn shirt weer niet goed opgevouwen,’ riep ze met een van kwaadheid doorlopen gebulder en nog geen vijf minuten daarna was het einde van onze relatie dichterbij dan ooit. Een korte blik op het hopeloos in elkaar geflikkerd stukje katoen was genoeg om in te zien dat het me voor de tienduizendste keer op rij niet gelukt was het shirt netjes op te vouwen. Vaatdoeken, broeken en washandjes vormden al lang geen probleem meer, maar het shirt bleef een uitdaging. Vele woordenwisselingen waren aan dit moment voorafgegaan, maar opgeven was geen optie. Reikhalzend keek ik uit naar de dag waarop ik probleemloos shirts zou vouwen – de een na de ander. De verlammende gedachte dat die dag wellicht nooit zou aanbreken, had ik lang buiten de deur gehouden. De afgelopen maanden leek die door het sleutelgat zo nu en dan toch tot me door te dringen. Sommige dingen leer je nooit en dat is ook helemaal niet erg, dacht ik. Achteraf baalde ik er behoorlijk van dat ik die gedachte gelardeerd met enkele niet zo fraaie verwensingen zeer luid krijsend aan het adres van mijn vriendin had geuit. Drie dagen later legden we de ruzie bij.

‘Sta je nou gewoon in de douche te zeiken?’ riep ik verbaasd en weer werd onze relatie de inzet van een spel dat niemand echt wil spelen. ‘Dat is heel normaal hoor,’ probeerde ze en daarna ‘het spoelt toch vanzelf weer weg,’ maar dat ging er bij mij niet in. De weeïge, zurige geur van urine die tijdens het schrobben van mijn tandjes en kiesjes mijn neusgaten was binnengestormd, had mijn humeur buitengewoon grondig verpest. De minuten die volgden, waren vol van woorden waarvan ik zeer geschokt zou zijn als ik ze uit de mond van een kleuter zou horen rollen. Weliswaar kwam het daarna natuurlijk allemaal weer goed, onze inzet werd ruimschoots terugverdiend, maar enige spannende momenten leverde het zeker op.

Conflicten kennen vaak een bijzonder stupide, om niet te zeggen volstrekt achterlijke oorsprong. Wie niet uitkijkt, broeit eigenhandig een klein scheetje uit tot een nucleair kernwapen van formaat. Zonder twijfel zijn daar in de loop van de eeuwen de nodige miljoenen relaties vroegtijdig de kop mee ingedrukt, waardoor vast nog meer schattig giechelende liefdesbaby’s het warme daglicht nooit hebben mogen aanschouwen – een afgrijselijke gedachte die me ’s nachts van mijn slaap houdt. Mij zal het zo snel niet meer overkomen, ik ben inmiddels zo goed als versmolten met mijn toekomstige echtgenote en ben op mijn eigen frustraties onderhand zeer degelijk voorbereid, maar voor alle pas-geliefden onder ons zou ik verdraagzaamheid willen prediken. Gewoon, leven en laten leven. En luisteren naar elkaar, dat helpt ook. En niet schreeuwen. En recht vouwen. En niet plassen. En lief zijn voor elkaar.

Tot zover mijn enige column ooit met een wijze raad. Einde berichtgeving.



Terug