Terug

Rommel

Mijn grootmoeder vergeleek mij vroeger meermaals met een hamster. Ik kwam er later achter dat ze dat zei omdat ik onvoorstelbare grote hoeveelheden voedsel in één keer in mijn mond kon proppen, maar toen de kruipfase veel minder ver weg in mijn ontwikkelingslijn lag dan nu, dacht ik dat dat kwam omdat ik alles wat los en vast zat, gretig verzamelde. Zo heb ik, overigens tot ergernis van zeer, zeer velen, onder andere de volgende items verzameld: badeenden, bierviltjes, navelpluis, hard geworden dropjes, tuinkabouters en Oostenrijkse sleutelromans, die ik gezien mijn absoluut teleurstellende kennis van de Duitse taal helaas allemaal niet heb kunnen lezen.

Omdat Lisa mijn verzameldrift, na bijna zeven jaar, eindelijk enigszins onder controle heeft, besloten we een groot deel van de verkoopbare troep die in de loop der jaren aan mijn handen is blijven plakken te verpatsen op de rommelmarkt. Zij zou dan compenseren met ‘wat’ kleding, zodat onze kledingkast ook weer eens op adem kon komen. Zo gezegd zo gedaan: we schreven ons online in en traden twee weken later ’s ochtends pijnlijk vroeg aan met een partij zooi om toch behoorlijk te vousvoyeren aan bij wat ons kraampje moest worden. Volledig gevrijwaard van welke vorm van technische kennis dan ook, verbaasde ik mezelf door – weliswaar met pijn en moeite – binnen een half uur de kraam in elkaar te flansen, terwijl Lisa alvast enkele spullen prachtig presenteerde. Als ik bezoeker van de rommelmarkt was geweest en voor ons kraampje halt had gehouden, had ik het ongetwijfeld volledig leeggekocht. Wat ik maar wil zeggen is dat we al met al samen een zeer knappe, haast olympische prestatie neerzetten.

Vijfentwintig minuten voordat de markt haar imaginaire deuren zou opengooien – drie van onze tassen moesten nog uitgepakt en uitgestald worden – besloop ons ineens vanuit duizend-en-één hoeken en gaten van allerlei volk, dat uitbundig om de prijs van enkele spullen begon te schreeuwvragen. Nogal overvallen door al deze verzoeken, riepen Lisa en ik enkele willekeurige bedragen, die we echter vaker niet dan wel voor onze waar kregen. Iemand wilde vijf cent van de prijs van een snoezig truitje af, en zou het dan meenemen. En nog graag een gratis broek voor de geleden mentale schade. Een man met snor had het inmiddels aangedurfd in een van onze nog ongeopende vuilniszakken met voormalig verzamelwaar te graaien, en werd daar binnen vijf seconden door een groot deel van de nieuwsgierigen voor ons onderhand gemolesteerde kraampje in gevolgd. In zeer eenvoudige bewoordingen probeerde ik duidelijk te maken dat ik graag had gezien dat men onze spullen met enige voorzichtigheid tegemoet trad, maar ik staakte mijn poging toen een nogal lelijk kind een van mijn tuinkabouters fataal omstootte. Een diepe zucht ontsteeg uit mijn borst en mijn ogen klapten kort dicht. Daarna keek ik Lisa aan, en ik hoopte dat mijn ogen een jammerlijke verlorenheid en wanhoop uit zouden stralen. Uit de manier waarop ze naar me terugkeek, was daar in ieder geval weinig over op te maken.



Terug