Terug

Pil

Het vinden van een geschikt onderwerp voor een column is vaak nog een hele opgave. Het beschrevene moet aan een hoop criteria voldoen. Zo moet de column mijn eigen werkelijkheid raken, maar nooit volledig overlappen. Ook is het van belang dat er een mogelijkheid tot het ‘scheppen van humor of ontroering’ aanwezig is. Ten slotte moeten de gebeurtenissen in een column op het randje van de geloofwaardigheid balanceren. Zo nu en dan mogen ze daar vol overtuiging overheen denderen, maar over het algemeen dienen mijn woorden toch enigszins aannemelijk te zijn. Soms levert dat ingewikkelde situaties op: niet elke waarheidsgetrouwe situatie is namelijk vanzelf geloofwaardig.

‘Misschien kun je wat schrijven over die keer met die pil,’ zei Lisa vanochtend. Ik had haar gevraagd mee te denken over onderwerpen voor nieuwe columns.
‘Nou nee,’ zei ik, met bovenstaande in mijn achterhoofd, ‘laten we het in godsnaam wel geloofwaardig houden. Anders krijgt men wel een zeer vertekend beeld van mij en mijn stommiteiten.’
‘Maar het is toch echt gebeurd,’ zei Lisa zonder een vragende intonatie. Aangezien de werkelijkheid ontkennen alleen iets is voor zeer begaafde postmoderne filosofen en andere maniakale gekken, kon ik niet anders dan haar daar gelijk in geven.
‘Ik zal het wel proberen,’ zei ik, nadat ze even aangedrongen had. ‘Het was zo grappig,’ zei ze. ‘Zo grappig.’

Een zeer korte versie dan: ik was eens heel erg moe tijdens een les geschiedenis op de middelbare school. Naast mij zat een klasgenoot die ik eigenlijk niet goed kende. Toen hij merkte dat ik mijn hoofd op het tekstboek had gelegd en enigszins snurkende geluiden voortbracht, stootte hij me aan. Ik schoot omhoog, mijn ogen wijd open. De docent, die zeer gewichtig een oratie stond te geven over de vergane glorie van een of de andere keizer Karel de zoveelste, keek me aan, fronste zijn wenkbrauwen en vervolgde goddank zijn verhaal weer.
‘Ben je moe?’ vroeg de jongen naast me. Ik ontkende niet en vertelde hem fluisterend van de lange studeersessies die ik in de avonden daarvoor noodgedwongen had moeten houden. Ook de combinatie van de studie met mijn vakkenvullersbestaan zorgde voor zware oogleden overdag. Ook die avond diende ik weer plichtsgetrouw aan te treden in mijn lichtblauwe uniformpje.
‘Ik heb iets voor je,’ zei hij en begon in zijn tas te graaien. Even later diepte hij er een bruinachtig pilletje uit op.
‘Slik dit maar,’ zei hij. Ik vroeg nog wat het voor iets was, maar hij hield me al een flesje water voor waarvan hij het dopje al af had gedraaid. ‘Is goed voor je,’ besloot hij. Ik nam de pil met een flinke slok water in.

In de uren die daarop volgden, wist ik niet wat me overkwam. Het kwam erop neer dat ik in een soort trip terechtkwam. Mijn moeheid verdween weliswaar, maar maakte plaats voor een opgefoktheid om U tegen te zeggen. Ik nam felle kleuren en scherp geluid waar en al mijn ledematen trilden van mijn romp. Toen ik na die schooldag thuiskwam, vroeg mijn moeder wat er in godsnaam aan de hand was. Ik vertelde welke stommiteit ik had begaan en mijn moeder lachte. ‘Bel die jongen maar eens op,’ zei ze.

Het bleek dat ik een cafeïnepil geslikt had. Pure cafeïne, samengeperst in een tabletje. Na wat onderzoek op internet bleek het om een veelgebruikt illegaal dopingmiddel in onder andere de wielersport te gaan, dat je, als je al zo achterlijk zou zijn het te gebruiken, in zeer kleine proporties tot je dient te nemen. Voor een eerste keer is het nemen van een hele pil naast onverstandig behoorlijk gevaarlijk. Mijn klasgenoot lachte aan de telefoon, en ook ik kon een vreemde reactie niet onderdrukken. Die avond op de supermarktvloer werd, hoe zal ik het zeggen, heel ‘bijzonder’ en kostte me bijna mijn bijbaan.

Bovenstaand stuk liet ik aan Lisa lezen. ‘Leuk,’ zei ze, ‘maar het overlapt je eigen werkelijkheid toch wel degelijk. En geloofwaardig is het ook niet bepaald – maar wel waar. Je zei dat je dat niet wilde.’
‘Ja,’ zei ik. ‘Wil ik ook niet. En daarom weet ik ook niet of ik wel zo tevreden ben met deze column.’
‘Maak je maar niet druk,’ antwoordde ze terwijl ze wegliep. Voordat ik mijn laptop dichtsloeg, kwam ik tot een slotsom. Het geheel mag dan ongeloofwaardig zijn, maar soms haalt de werkelijkheid de fictie in absurditeit in. En voor deze keer laat ik dat maar zo.



Terug