Terug

Pathetiek

Toen ik uit stukken minder vroeger dan tegenwoordig bestond, las ik vol overgave mijn eerste literaire werk. Of literair, dat is allicht wat te veel gezegd. En vol overgave is eigenlijk ook schromelijk overdreven. Een eerlijker beginzin zou zijn: met tegenzin las ik toen ik een jaar of vijftien was een zo dun mogelijke literaire thriller omdat ik ten minste toch iets op mijn leeslijst moest zetten om tijdens het door velen gevreesde mondeling literatuurgeschiedenis iets enigszins zinnigs te letterbraken. Maar dat bekt toch wat minder lekker.

Een korte geschiedenis nog korter: ik werd gegrepen door het boek en wilde daarna nooitnooitnooit meer iets anders dan papierverslindend werk verrichten. Ik zag het als een überromantische opgave om op het eerste oog onbegrijpelijke existentiële probleemromans en relatief ondoorgrondelijke expressionistische dichtbundels met schreeuwende titels tot op het bot te doorgronden en maakte van schrijvers helden die ze in werkelijkheid waarschijnlijk weinig waren. Ik besloot zelf de pen in de hand te nemen en me op de lerarenopleiding te laten meeslepen in legendarische literatuurkronieken. Nog meer dan ik voor mogelijk hield werd ik opgetild door de letters, vaak dansend op geelverkleurd en sterk naar tabak ruikend derdehands papier. Boeken met zowel innerlijke als uiterlijke geschiedenissen, boeken die ik onderuit lang vergeten bakken in lang vergeten antiquariaten vandaan toverde, verzorgde ik als kinderen terwijl ik ze tegelijkertijd, als waren ze onenightstands, gruwelijk verslond. En alhoewel zo goed als alle werkwoorden in deze alinea in een verwerpelijke verleden tijd staan, bezit de kern erachter een voor mij absolute altijddurigheid.

God o god, zo te zien is mij een gevaarlijke pathetiek overvallen. Ik ben er vaak tegen gewaarschuwd, en hoewel ik in een vroegere schrijverscarrière net té vaak in die val ben getrapt, lijk ik er nu weer met opengesperde kijkbolletjes ingeflikkerd te zijn. Emotionele en gewichtige woorden die natuurlijk niets betekenen maar desondanks uit het diepst van mijn hart (godallahboeddha sta me toch bij) komen. Ik laat het maar begaan, ik laat de woorden hun zondige wil maar ten uitvoer brengen. Want waar het om draait, is het schrijven. Wat geschreven is, is geschreven.



Terug