Terug

Ouwe II

De vrolijk ogende familie, waarvan de schrijver van dit stukje een jeugdig deel uitmaakte, had daarentegen zeer gegronde redenen voor hun vertrek. Zij had inderdaad genoten van een overdadige barbecue met onbeperkte drankjes, alhoewel de minderjarige helft van het gezelschap het bijzonder spijtig achtte dat er in de knusse taverne aan de haven helaas geen 7-up, cassis en ook al geen bitter lemon beschikbaar was. Toen zij, na ruim twee uur bourgondisch geschranst te hebben, hun magen voldoende geweld hadden aangedaan en vriendelijk burgerlijk aan een ietwat gezette en al vele jaren tellende garçon om de rekening hadden gevraagd, wachtten zij braaf tot hij terugkeren zou met een bonnetje en een handvol broodnodige ademverfrissers. Omdat de man na een kwartier nog niet aan het tafeltje van onze vettig volgevreten familie was wedergekeerd maar intussen wel zichtbaar afgepeigerd andere gasten bediende, besloot de vader van het stel de vraag nog eens te herhalen. Maar natuurlijk, was het antwoord, waarbij de oude man de nadruk zuchtend op elk van die lettergrepen legde, dat ging geregeld worden. Vader antwoordde dat hij dat fijn vond, fijn, veel dank, en tot zo. De man liep weg en de schrijver in spe maakte enkele zeer geslaagde grappen over de ouwe, die bovendien getuigden van een bovengemiddeld gevoel voor humor. Weer een sprintwedstrijd van de grote wijzer later was er nog altijd geen rekening betaald. Frappant was dat de hele ouwe van het gezellige buitenterras verdreven leek. Allicht was hij van ellendige ouderdom plotsklaps alvast in as overgegaan of was hij ontvoerd door een bende buitenaardse wezentjes, die desalniettemin erg vriendelijk voor hem zouden zijn door de ouwe enkele culinaire specialiteiten van hun melkwegstelsel te laten proeven. De familie wist het niet, raadde ook maar wat, maar had inmiddels eigenlijk schoon genoeg van al dat wachten en besloot nog vijf minuten langer te wachten en daarna stilletjes de aftocht te blazen. Een seconde of driehonderd exact later vertrokken de vier zachtjes, hun portemonnees even gevuld als hun magen.

De ouwe had in de tussentijd zeer slecht nieuws gekregen. Zijn achterschoonzoon -een principe dat de ouwe eigenlijk zelf niet goed begreep – had hem drie keer zonder resultaat proberen te bellen en pas bij de vierde keer gehoor gekregen. De achterschoonzoon vertelde hem goed en slecht nieuws te hebben. Het goede nieuws was dat men de Fritel FR 4920 terug had gevonden, het slechte nieuws dat dat tegelijkertijd met het krokant gefrituurde hoofd van zijn kleindochter was gebeurd. Bij het horen van dit toch op z’n allerminst als afgrijselijk te bestempelen nieuws liet de ouwe zijn prehistorische telefoon uit zijn klauwen op de grond vallen (niet kapot, want die apparaten kunnen tegen een stoot) en sloot zich een minuut of twintig op het toilet op, alwaar hij zijn verdriet op een bizarre wijze de vrije loop liet. Daarna ging het wel weer en besloot hij zijn werk te hervatten. Hij liep het terras op en zag het beschrevene. Wel verhip, dacht hij.



Terug