Terug

Ontbijt

Mijn ogen openen zich langzaam. Ze nemen een wit plafond waar, een landschap aan de muur. In mijn mond een kinderlijke vroegeochtendsmaak. Vies bitter. Naast me hoor ik mijn zusje enigszins vredig snurken. Ik besluit dat zo vlug mogelijk tot een bruut einde te laten komen door het groene knuffeldraakje dat ik in mijn armen heb naar haar kop te smijten. Het helpt, ze wordt wakker en lijkt niet mijn aandeel daarin niet opgemerkt te hebben.
‘Geef m’n knuffel terug,’ zeg ik verontwaardigd.

Na tien minuten in een oude Donald Duck gebladerd te hebben, vraag ik of we het spel weer zullen doen. Mijn zusje vindt het prima, gaat rechtop in haar bed zitten en begint alle pluchen beren, apen en tijgers die ze kan dragen bij elkaar te graaien. Ik volg haar voorbeeld en een tijdje later tellen we met moeite vijfendertig knuffels die keurig op een rij liggen.
‘Okee,’ zeg ik, ‘welke vind jij het stomste?’ Mijn zusje wijst op een grijze knuffelhond. Ik zeg dat ik dat met haar eens ben en we gooien de hond naar de andere kant van de kamer.
‘En welke is daarna het stomst?’ Onze keuze valt op een konijn met onrealistisch grote ogen die zich daarna snel met een mooie kwieke boog bij de hond voegt.

Een kwartier later zijn er twee knuffels overgebleven: zoals altijd mijn groene draak en haar knalgele muis. ‘Oma!’ roep ik, en nog tijdens de laatste klank zwiept de deur vrolijk open. Mijn oma staat met de föhn in haar handen in de deuropening, haar gerimpelde handen quasi-modieus door haar haar halend. ‘Knuffie en muis hebben gewonnen,’ zeggen mijn zusje en ik net niet simultaan. ‘Wauw!’ roept ze enthousiast. Ze kijkt naar de grote berg knuffels in de hoek van de slaapkamer en lacht. ‘Dat ruimt opa zo wel op,’ zegt ze lachend en tilt me van het bed. ‘Zullen we lekker gaan ontbijten? Ik heb witte vlokken van de chocolademeneer.’ Ik kijk op en straal: mijn dag is onverbeterlijk beter dan ooit.



Terug