Terug

Make-up

‘Wie heeft eigenlijk de broek aan?’ vroeg een van mijn leerlingen toen ik tijdens een les eens uitweidde over mijn inmiddels toch alweer zeven jaren durende relatie.
‘Ik natuurlijk,’ antwoordde ik, waarmee ik de waarheid eerlijk gezegd enige schade toebracht. Aangezien de jeugd op het gebied van allesomvattende waarheden en leugens nooit ofte nimmer onderschat dient te worden, werd zo goed als meteen dwars door mijn opmerking heen geprikt.
‘Je vriendin dus,’ meende iemand op te merken en nog voordat de gedachte aan een permanente schorsing wegens onverteerbare brutaliteit in me opkwam, gaf ik hem volmondig gelijk.

‘Maar ik heb ook heus wat in de melk te brokkelen hoor,’ probeerde ik na een korte stilte mezelf terug in het dagelijkse gevecht tussen imago en werkelijkheid te plaatsen. ‘Ik bepaal bijvoorbeeld wanneer thuis de wasmachine aangaat, en welke wasverzachter er wordt gebruikt. En soms bepaal ik wat we eten. En vorige maand mocht ik een keer zelf boodschappen doen.’
Toen ook hierna weer een stilte aantrad, telde ik gefronste wenkbrauwen. Ik kwam zo snel tot vierendertig, maar ik kan er een paar gemist hebben.
‘Gekkigheid natuurlijk,’ vervolgde ik en veel wenkbrauwen kregen eindelijk rust.
‘Maar het moet gezegd worden: als het op huishoudelijke en relationele knopen doorhakken neerkomt, blijkt mijn vriendin steeds te winnen. Ze heeft zich een betere bijl toegeëigend.’
Ik wilde juist een didactisch en pedagogisch verantwoord betoog afsteken over het vinden van een juiste balans in een relatie en was van plan nog enkele holle termen te gebruiken, toen die poging vroegtijdig door een meisje werd afgewend.
‘Doet ze dan ook weleens uw make-up?’ vroeg ze. De vraag bracht me behoorlijk van mijn apropos. Ik zei haar dat ik in mijn leven slechts drie keer make-up gedragen had en dat ik niet van plan was die keren ooit nog toe te lichten.
‘Maar uw wimpers dan?’ vroeg ze en kon daarmee rekenen op instemmende geluiden vanuit de rest van de klas. In het gesprek dat volgde kwam ik erachter dat grofweg de helft van de klas al maandenlang in de veronderstelling was dat mijn – en het moet toch even gezegd worden - prachtig volle en aanwezige wimpers me niet door Moedertje Natuur maar door Mama Mascara waren gegeven.
‘Nee,’ zei ik toen de gemoederen enigszins tot bedaren waren gekomen, ‘mijn vriendin heeft veel te zeggen, maar over mijn make-up blijf ik toch graag zelf de baas.’ Deze opmerking werd met wat gegrinnik ontvangen, waarna ik mijn les weer voortzette.

Even voordat de schoolbel voor de triljardste keer zijn taak deed, schoot me de inspirerende gedachte te binnen dat het ook eens lekker zou zijn om een column eenvoudig te eindigen, zonder lach of traan of combinatie daarvan. De bel ging. Iedereen stond op en liep rustig het lokaal uit.



Terug