Terug

Kinderen

De jaren waarin ik word geacht meer dan serieuze beslissingen te maken, staren me al een tijdje vanachter een muurtje aan. Telkens wanneer ik vrolijk fluitend even wegkijk, sluipen ze geniepig dichterbij. Op school merk ik dat ik niet de enige ben die zo nu en worstelt met de onbegrensde mogelijkheden van de ontkiemende volwassenheid: tijdens een vreetpauze waarin we elke week collectief besluiten de van thuis meegebrachte boterhammen met kaas naar de achterkamers van onze rugzakken te verbannen en een kort ritje naar de supermarkt te maken om onze studentenrekeningen aldaar van rood naar donkerrood te kleuren, kwam het gesprek op kinderen. Om me heen beweerden enkele vrouwelijke studiegenoten reeds helemaal klaar te zijn voor het moederschap.
‘Niet dat het per se nu moet, maar als het gebeurt, is het geen wereldramp,’ beweerde iemand – een stelling waar gretig mee werd ingestemd. Ik hoorde alles met stijgende verbazing aan en hield me stevig vast: ‘de vraag’ zou spoedig worden afgevuurd.

Jawel: sneller nog dan verwacht. ‘En jij Toon,’ werd er gevraagd, ‘op welke leeftijd ben jij van plan Lisa nu eens echt te verwennen?’ Bloed steeg vliegensvlug naar mijn bovenkant.
‘God,’ zei ik, niet alleen om tijd te rekken maar ook om Hem aan wiens bestaan ik nu wegens nogal egocentrische motieven slechts weinig twijfelde een acute smeekbede te sturen, ‘daar denk ik eigenlijk nog helemaal niet zo over na, over kinderen en zo.’
Een pijnlijke, lange stilte waarin een tiental ogen me ongelovig aankeek, trad in.
‘Toon,’ zei iemand, op een manier alsof ze erachteraan zou zeggen niet boos te zijn, alleen teleurgesteld. Heel erg teleurgesteld. Maar niet boos. Wel teleurgesteld.
‘Toon,’ zei ze nogmaals. ‘Dat meen je niet.’
‘Ja,’ antwoordde ik maar, ‘ik denk het wel, dat ik het meen. Ik weet het nog niet.’ Wederom was het – te lang – stil.
‘Ik weet gewoon niet of ik kinderen wil later.’ Na weer een korte stilte verwachtte ik een storm die z’n weerga niet zou kennen. Ik kreeg gelijk: in minder dan een minuut kreeg ik tientallen vragen en verwensingen naar mijn hoofd die varieerden van ‘Maar waarom dan niet?’ tot ‘Wat is dit godverdomme voor klinkklare nonsens’. Ik verdedigde me zo goed als ik kon, vertelde dat ‘Ik weet het niet’ bij de meeste mannen ook daadwerkelijk ‘Ik weet het niet’ betekent, maar alles tevergeefs. Met een hele hoop stemmen voor en één tegen (mijnerzijds) werd besloten een plan op te zetten om me zo vlug mogelijk over te halen. De volgende uren werd ik daarom verplicht tot het kijken van ontelbare filmpjes van – het moet gezegd worden - erg aandoenlijk brabbelende baby’tjes en vlogs van tevreden Amerikaanse moeders. Twee dagen later nam een van de dames zelfs haar neefje mee naar school. ‘Ga maar naar ome Toon,’ zei ze en het kereltje rende met gespreide armen op me af. ‘Wil je al kinderen?’ vroeg ze, toen ik uitgeknuffeld was.

Lisa begon iets op te merken. ‘Wat is er toch?’ vroeg ze tijdens een bankhangavond nadat ik zacht grinnikend naar doorgestuurde babykiekjes staarde. ‘We moeten praten,’ antwoordde ik.



Terug