Terug

Kerk

Uit puur sadistische overwegingen vroeg ik me af in hoeverre het mogelijk was iemand een hartstilstand te schoppen, dan weer te reanimeren zodat het laatste beetje leven toch zou overwinnen, om mijn voeten en benen vervolgens weer vrij spel te geven en daarna weer ‘ha-ha-ha-ha-stayin’-alive’ te mompelen. En die cyclus zou ik dan een behoorlijk aantal keer herhalen, tot de man weliswaar niet dood, maar toch behoorlijk getekend en getraumatiseerd zou zijn en zich de rest van zijn leven voor z’n stomme kop zou slaan dat hij die achterlijke actie juist bij mij uit had uitgevoerd.

Zo nu en dan heb ik inderdaad wat last van hyperbolische fantasieën. Maar goed, toen die man op ons af kwam en ons redelijk ruw uit elkaar trok, kwam dat mijn gemoed zogezegd niet bepaald ten goede. Een taboe, dat was wat wij woest doorbraken. Als de sodemieter moesten we uit elkaar gaan zitten. Lisa aan de andere kant, bij alle wijfjes, en ik tussen de stoere kerels. Onze handjes, die we van angst, schaamte en allesverterende liefde tegelijkertijd stevig in elkaar geklemd hielden, werden bovendien onmiddellijk gescheiden. Of we helemáál betoeterd waren. Voor het huwelijk nog wel! Belachelijk. Wat moest God daar wel niet van denken. Als we niet in de kerk geweest waren, had hij ons er flink van langs gegeven, zei hij.

Niemand dacht er nog aan zijn of haar eetgat te openen teneinde geluid voort te brengen, op een zeurende kleuter achterin de kerk na. Dagjesmensen keken verrukt om. Ramptoeristen van de godverdomde bovenste plank, schoot het door me heen.
‘Sorry,’ prevelde ik zonder het te menen, waarop de man knikte en zwijgend Lisa aan een arm meesleurde naar de andere kant van de kerk. Nee, dacht ik, en ik stond op. Ik zei: ‘Ik vind het eigenlijk een beetje te ver gaan.’
De priester, die met zijn rug naar me toe stond, draaide zich tergend langzaam om. Lisa, die een beetje aan zijn arm hing, keek me angstig aan.
En nu, dacht ik, nu durf ik niet verder.
‘Dan kan dit wel honderd keer een openluchtmuseum zijn,’ trilden mijn stembanden uiteindelijk toch maar bij elkaar, ‘maar eigenlijk vind ik het gewoon leuk om naast mijn vriendin te zitten, ja.’ Ik ging zitten. De man bleef perfect in zijn rol, dat moet ik hem nageven, want zonder iets te zeggen maar met een duivelse blik in zijn ogen gebood hij ons om als de gruwelijke sodemieter het heilige gebouw te verlaten. En. Wel. Nu.
‘Goed,’ zei ik, toen dat duidelijk was, stal Lisa terug en samen verlieten we de kerk met opgeheven hoofd.

En zo zwoor ik religie al af zonder ooit gelovig te zijn geweest.



Terug