Terug

Kajak

Het moge inmiddels duidelijk zijn: sport gaat niet goed met mij samen. Om die reden heb ik mezelf een jaar of drie geleden verboden om actief aan welke sport dan ook deel te nemen. Mijn eigen verbod ten spijt, maakten Lisa en ik een tijdje terug een afspraak voor een gezellig, zonovergoten kajaktochtje over de Maas.

We maakten grapjes over hoe dit sportieve middagje deze keer door mijn onhandige toedoen tot een gruwelijk einde zou gaan komen. Ik vroeg quasi-verontwaardigd waarom Lisa haar zwemspullen niet aanhad. Ik bedacht vast een treffende opening voor een column. Ondanks dat ik had kunnen weten dat iets dergelijks minstens in een behoorlijk nat pak zou gaan eindigen, stapte ik samen met Lisa in de tweepersoonskajak. Ik deed een klein schietgebedje naar wie me dan ook maar zou kunnen beschermen. Tegen beter weten in hoopte ik het lijstje verwondingen dat ik over had gehouden aan ijshockey, squash, gewichtheffen, snowboarden, hoogspringen, hordelopen en aquajoggen niet uit te hoeven breiden met zoiets stompzinnigs als kajakken.

Een vast stramien: aanvankelijk zou het allemaal goed lijken te gaan, totdat er één miniem moment van onoplettendheid de kop op zou steken. En verrek, verhip of verdomme, dat gebeurde. Het eerste half uur peddelde ik me weliswaar het leplazarus, maar ik verwondde niemand en zette mezelf niet genadeloos voor schut. Ik voelde me een indiaan die op de wilde rivier (de Maas stroomde haar gemoedelijke stroom, maar met fantasie kom je ver) op weg was om de kauwbois een alles overwinnende genadeslag toe te brengen. Omdat dergelijke fantasieën nogal uitputten, besloten we om het bootje even aan te meren en wat vretenswaren uit onze picknickmand te nuttigen. Zonder al te veel in detail te treden en daarmee deze column al te veel in de richting van andere te dirigeren, zal ik zeggen dat sturen niet bepaald een van mijn hoofdkwaliteiten bleek te zijn en dat ik uiteindelijk luid vloekend met picknickmand en al in de Maas belandde. Toen ik mezelf met dank aan mijn zichzelf opblazend zwemvest een tijdje later weer naar de kant gewatertrappeld had, zag ik de inhoud van ons poepige mandje verderop in de rivier steeds verder van me vandaan drijven.

Acceptatie is een kunstvorm. Daarom besloot ik aan de waterkant, met pijn en moeite, me nu écht nooit meer te laten verleiden tot het uitvoeren van welke sport dan ook. Lisa, die het geheel met vertedering, afschuw en plezier tegelijk had aanschouwd, stemde daar volmondig mee in.
‘Alleen,’ zei ze, en ik was al bang voor wat er ging komen, ‘we moeten alleen nog even terug naar het verhuurpunt kajakken.’ Ik zuchtte en samen stapten we maar weer in hetzelfde schuitje.



Terug