Terug

Hard

‘Ja, Toon is echt een hárde kotser,’ hoorde ik Lisa tot overmaat van mijn eigen verbazing tijdens een gezellig etentje bij de lokale Chinees tegen een van onze gezamenlijke vrienden zeggen. Terwijl mijn aandacht in beslag werd genomen door de twaalfhonderddrieënvijftig borden en schotels van de driepersoonsrijsttafel die juist op de tafel werden gedeponeerd, had mijn vriendin het voor elkaar gekregen zonder dat ik het merkte het onderwerp op braaksel te krijgen – en het was niet de eerste keer. Zo had ze vier maanden geleden eens een klassenreünie voor mij grondig verpest door aan een tafel met zestien van mijn vroegere klasgenoten het geluid te reconstrueren waarmee bitter lichaamssap mijn keel verlaat.
‘Lisa toch,’ zei ik nu hardop waarbij ik haar indringend aankeek en onder de tafel een niet al te harde doch rake schop uitdeelde. Niet de pollepel, dacht ik ondertussen alleen maar. Alsjeblieft, niet de pollepel.
‘O ja?’ vroeg de vriend, terwijl hij mij aankeek. ‘Een harde kotser? Houdt dat dan in dat je een goeie straal hebt?’
‘Lekker zeg, is dit nou die pekingeend?’ probeerde ik mezelf uit deze wederom verdomd penibele situatie te redden. Het bleek allemaal tevergeefs.
‘Neeneenee, het gaat om het geluid,’ herpakte Lisa. Ik schopte harder, maar zonder resultaat. ‘Het is het geluid dat hard is. Echt hard. Man, hij kotst niet vaak, maar áls het zo ver is, dan weet de hele straat het. Alsof hij niet wat maaginhoud, maar zijn hele inwendige gestel naar buiten moet persen. Je gelooft het niet, totdat je het zelf eens hebt gehoord.’
Zacht gegrinnik, ook van de tafels om ons heen. Een oprechte harde stamp onder de volgebouwde tafel. Een liefgemene glimlach. Geen pollepel, goddank geen pollepel. Daarna: welkome stilte.

Niet lang genoeg. Nog geen vijf minuten later hardop gegniffel van Lisa.
‘Wat is er?’ vroeg ik zelf en ik had meteen spijt.
‘Vorige week,’ zei Lisa tegen de vriend, ‘vorige week was ‘ie misselijk, echt misselijk. Hij zegt: “Als ik nu even kan kotsen, is het klaar.” Dus hij gaat naar de badkamer, ik hoor wat gekok, en even later staat hij weer voor me. “Het lukt me niet,” zegt ‘ie...’
‘Ik ga maar even plassen,’ onderbreek ik de one-womanshow van Lisa resoluut.

Even later bleek dat met mijn timing weinig mis is. Als ik weer aan de tafel plaatsneem, kijkt één paar ogen me triomfantelijk aan, het andere paar ogen vol ongeloof.
‘Serieus, met een pollepel?’ zegt de mond die bij dat laatste paar ogen hoort.
‘Ja,’ verzucht ik verslagen, ‘inderdaad, met een pollepel.’ Ik nam nog een hap van reepjes vlees die ik niet thuis kon brengen, maar die desalniettemin zeer smakelijk waren. Als ze maar niet ook nog over die keer met die wijnfles begint, dacht ik, dan zou het eventueel nog een leuke avond kunnen worden.



Terug