Terug

Groenlinks

Aangezien in de lente van dit jaar de gemeenteraadsverkiezingen weer voor de deur staan, starten veel partijen de komende weken hun campagne. De lokale afdeling van GroenLinks deed dat afgelopen zaterdag, en ze vroegen mij, niet bepaald een milieuactivist, op die bijeenkomst een korte voordracht te houden. De tekst die ik voor die gelegenheid schreef en voorlas, is hieronder opgenomen:

Een aantal jaar geleden bezocht ik in de stadsschouwburg van Sittard een lezing annex interview van de u allen vast zeer bekende Femke Halsema naar aanleiding van haar boek Pluche vol ‘politieke memoires’. Niet dat ik haar gedachtegoed aantrekkelijk of inspirerend vond – verre van, dat progressieve feministische gebrabbel kon mij eerlijk gezegd gestolen worden – maar mijn vriendin troonde me mee naar de lezing.
‘Hartstikke interessant,’ zei ze, ‘jij gaat gewoon mee. Bovendien is het de eerste persoon op wie ik heb gestemd toen ik achttien werd, dus zie dit bezoekje maar als een soort ‘verdieping’ in mij. Daar heb je normaal gesproken ook geen problemen mee.’

Dus vooruit, omdat de liefde van de vrouw door de fysieke aanwezigheid gaat, stapten we op onze fietsjes en trapperden richting de schouwburg, waar ik een zaal vol heel erg dankbare heppiedepeppie bomenknuffelende milieuactivisten verwacht-te, die bij ieder woord van de Heilige Haagse Halsema soppend van hun stoelen zouden glijden, ondertussen de Latijnse namen van enkele met uitsterven bedreigde soorten flora en fauna scanderend.

Bij binnenkomst bleek – en dat moet dan ook weer worden gezegd – dat dat alleszins meeviel. Vooruit, ik zag enkele types van wie ik zeker was dat ze met milieutechnische motieven in het achterhoofd elke vorm van zeep uit hun leven hadden verbannen en hun eigen wasmiddelen produceerden, wat hun lichaamsgeur niet bepaald ten goede kwam, maar de doorsnee Nederlander domineerde. Ik ontwaarde zelfs een sympathieke oud-docent Nederlands en een overbuurman in het publiek. Die eerste zwaaide vrolijk toen zijn ogen even op mij bleven rusten, toen ik oogcontact zocht met mijn overbuurman leek hij me daarentegen liever dan wat dan ook ter wereld te negeren. Dat zou eventueel iets te maken kunnen hebben met de week daarvoor, toen ik hem in een column beschreef als een type dat ‘vast en zeker huilend de liefde bedrijft’, maar dat geheel terzijde. Ik hoop overigens van harte dat hij vandaag niet aanwezig is.

Maar goed, ik zat daar met mijn vriendin, de lichten dimden, een boekhandelaar kondigde Femke Halsema aan, men klapte uitbundig, en daar was ze. Femke Halsema. Frisser en humoristischer dan ik had verwacht bracht ze enkele sappige Haagse anekdotes te berde. De zaal genoot zo te horen van haar verhalen en ook ik, zelfs ik, vermaakte me bij tijd en wijle kostelijk, al was het maar omdat tóch iemand het in haar hoofd haalde om tijdens een betoog voor meer vrouwen aan de top Ailuropoda Melanoleuca – dat heb ik thuis tot in den treure gerepeteerd – door de zaal te schreeuwen. Nee, dat is geen spreuk uit een vergeten Harry-Potterboek, maar de wetenschappelijke benaming voor de pandabeer, wiens voorbestaan bedreigd en dus onzeker is. Verder vonden er geen noemenswaardige incidenten plaats.

Na de lezing was er gelegenheid tot het aanschaffen en laten signeren van Halsema’s boek. Uiteraard vloog mijn vriendin Lisa gelijk naar de portemonnee, naar mijn portemonnee godbetert, schafte een exemplaar aan en sloot met mij aan haar zij achter in de rij aan voor een krabbeltje. Na een minuut of tien waren we aan de beurt.
‘I…ik heb eens op u g..g..gest…gestemd,’ stottottotterde Lisa keurig bij elkaar.
‘Wat fijn,’ zei Halsema met een vriendelijke glimlach, ‘en verstandig bovendien.’ Ze knipoogde naar mij toen ze gesigneerd had.
‘Ja,’ antwoordde ik, omdat ik van mijn vriendin weinig zinnigs meer verwachtte de komende twee uur en ook omdat vrouwelijke knipogen mij nu eenmaal nooit onaangedaan laten. ‘Dankuwel voor de inspirerende lezing,’ prevelde ik, waarmee ik onze korte romance afsloot, en ik meende het nog ook. Ik had warempel iets van Fem – ik mocht inmiddels Fem zeggen - opgestoken.

‘Fijn en verstandig bovendien,’ de woorden van Halsema, zou ik zo graag terugzien in de gemeentepolitiek van de komende jaren. Ik ga nu even – heel even maar – de onvervalste moraalridder uithangen met dooddoeners die desalniettemin een kern van de waarheid bevatten. Ik kruip even in de rol van de jongeling, de frisseling, een Sittardse Jessias zo u wilt, die het allemaal zo goed weet. Geeft u mij een minuutje. Komt ‘ie.

Fijn, vriendelijk, zonder dat we elkaar om het minste of geringste naar de keel vliegen. Fijn, open voor het debat. Verstandig bovendien, verstandig, met oog voor de stad. Verstandig, hand in hand, verbonden, waar iedereen deel uitmaakt van een ideale samenleving, een Zuid-Limburgs Utopia voor mijn part. Maar vooral: verstandig openstaan voor andermans mening. Of je nu GroenLinks stemt, D66 of PVV, een samenleving leef je samen. Maak je samen. Blijf dus in gesprek met elkaar, en neem de woorden van Femke Halsema ter harte. Ik wens u allemaal een geslaagde campagne toe. Dat alle politieke kleuren, geuren en smaken Sittard-Geleen in het komend jaar nog weer een beetje fijner en verstandiger gaan maken!



Terug