Terug

Grachten

Tijdens wat een romantisch rondje over de Amsterdamse grachten had moeten worden maar wat uiteindelijk meer deed denken aan de opnames van een belabberde slapstickfilm, sloeg ik mijn arm om Lisa heen in de hoop wat van de ergernis weg te nemen.
‘Het zijn toeristen,’ zei ik vergoelijkend. ‘Toeristen doen dat soort dingen. Dat jij het Anne Frankhuis al zevenendertig keer gezien hebt, wil niet zeggen dat dat voor deze … deze mensen ook geldt.’
Ze knikte. Ze wist het wel, zei ze, heus wel, maar het was toch stuitend te noemen dat toen de kale kapitein de motor van het bootje startte, een volledige Indiase familie, compleet met stippen op het voorhoofd, kleurige gewaden en een curry-achtige lichaamsgeur, begon met het schieten van allerlei foto’s met zichzelf prominent op de voorgrond en, haast onherkenbaar helemaal achteraan in de verte, wat Amsterdamse bezienswaardigheden. ‘En dan vooral het feit dat ze nu al ruim twintig minuten alleen maar foto’s maken en mijn uitzicht bederven,’ ging ze door. ‘Ga toch godverdomme zitten, stelletje hindoeïstische hufters.’ Dat laatste zei ze terwijl ze mij aankeek en zonder kwaadaardige intonatie, zodat de hindoeïstische hufters in kwestie zich niet aangesproken zouden voelen.

Ik zelf bleef wat rustiger onder het voorval, maar inderdaad: een gehele familie was bezig hun narcistische zelven te bevredigen. Een niet bepaald oogverblindend meisje van een jaar of zestien sprong er qua veeleisendheid aan het perfecte plaatje uit: een kiekje met de Westerkerk op de achtergrond moest zeven keer opnieuw gemaakt worden door een man van wie ik vermoedde dat hij de vader van het geheel was. Toen dat telkens mislukte, volgens mij vertoonde de foto elke keer een bepaalde bewogenheid wat niet gek is op een varende rondvaartboot, liep het meisje kwaad op de man af en sloeg hem met een platte hand in het gezicht. Gesprekken op de boot verstomden terstond, blikken werden opvallend onopvallend in de richting van de familie gewend. Ik verstevigde de greep van mijn arm, nog altijd om mijn vriendin. De man, zo te zien een goeiige papzak die in zijn leven de nodige borden tandoori in zijn eetgat had doen verdwijnen, stamelde wat en verwijderde zich van het gezelschap, richting de voorkant van de boot waar de kapitein in drie talen stug doorvertelde over de historie van de stad. Hij nam daar plaats op een lege stoel en keerde niet meer terug.

Het meisje had haar telefoon nu in de handen van een van de jongere leden van de groep geduwd. Deze jonge jongen maakte nu met bibberige handen aanstalten om de shoot alsnog tot een succesvol einde te brengen, maar hoefde niet lang te wachten om de telefoon weer aan het meisje, wellicht zijn zus of nog erger: zijn vriendin, terug te geven. Na wat een paar seconden geweest zullen zijn, scheet een rasamsterdamse damduif namelijk de volledige inhoud van zijn darmen leeg op het hoofd van het kind dat haar eigenlijke oerlelijkheid tevergeefs met instagramfilters probeerde te bestrijden. Hoofden draaiden weer in de richting van het meisje, even kon je een speld horen vallen, ook de kapitein hield plots op met het delen van oninteressante wetenswaardigheden, en toen verbrak de hoofdpersoon van dit stuk die stilte met een hysterisch gegil. Ik durfde mijn arm eindelijk wat losser om Lisa heen te slaan toen ze zei wat lang gezegd had moeten worden: ‘Net goed.’ De dikke man voorin de boot leek zijn hoofd van boven naar beneden te bewegen, alsof hij het niet meer eens had kunnen zijn met deze Nederlandstalige conclusie.



Terug