Terug

Droom

Wanneer mijn oogleden na een dag zwoegen zich ’s avonds gezellig voor een uurtje of acht samenvoegen, slaat mijn fantasie vaak op hol. Twee jaar geleden heb ik anderhalve week geprobeerd mijn dromen bij het ontwaken gelijk te noteren en later dezelfde dag te duiden, maar al snel stelden de wonderlijke verklaringen – die ik voornamelijk op internet via de website van ‘Medium Joke’ en ‘Droomduidster Djezzmin’ vond, dat mijn onbewuste onder andere worstelde met mijn, en ik citeer: ‘gevaarlijke ontwapenende agressiviteit en perverse fantasieën’. Na een dag of wat ben ik gestopt met deze verachtelijke droom-hocuspocus.

Vannacht droomde ik mezelf vijftien jaar jonger. Ik keek op naar mijn ouders, die beide in kleermakerszit voor me op de grond zaten. Ze huilden, omdat ik ze had verteld dat ik een uur later zou vertrekken. Een wereldreis, om eindelijk het gevoel te hebben te leven, om elke vezel in mijn lijf waar voor hun werk en mijn ogen de kost te geven. Mijn ouders hadden schoorvoetend ingestemd, als ik maar zeer voorzichtig zou zijn en niet van de gebaande paden zou treden. Ik zei dat ik vanzelfsprekend niet zou doen en zuchtte opgelucht.

Niet veel later zag ik mezelf enkele belangrijke spullen in een knapzak proppen, die ik al jaren eerder ambachtelijk had gefabriceerd van een vishengel en de onderste theedoek uit de kast. Ik zag dat ik mijn ouders uitzwaaide. Mijn moeder had een kapsel uit de jaren vijftig en wuifde me met een witte zakdoek na, mijn vader keek demonstratief een andere kant op.

In mijn droom volgde ik niet mijn eigen wereldreis, maar bleef ik mijn ouders zien. Terwijl mijn avontuur begon, zag ik hoe ze verslagen de voordeur dichtklapten en via het smalle gangetje naar de huiskamer liepen. Daar vond vrijwel gelijk een onbedaarlijke ruzie zijn aanvang. Waarover dat precies ging kreeg mijn dromende zelf niet mee, maar het was overduidelijk zeer ernstig. Binnen twintig minuten na mijn vertrek vechtscheidden mijn ouders zich uit elkaar.

De bel ging. Mijn moeder stond op, maar mijn vader duwde haar terug in haar stoel en liep zelf richting de deur. Door de glazen voordeur zag hij een kleine gestalte. Toen hij de voordeur open deed, zag hij mij staan. ‘Ik moet plassen,’ zei ik en liep langs hem naar binnen.

Ik opende mijn ogen, schoot rechtop in bed en greep naar het flesje water dat naast mijn bed stond. Met trillende handen draaide ik het dopje er ongeduldig van af: ik had dorst.



Terug