Terug

Dorp

Ruim veertien jaar woont mijn vader nu in Obbicht, een gat in het zuiden van Limburg waarvan zelfs inwoners van omringende dorpen nog nooit hebben gehoord. Vrijwel alles en iedereen in het dorp heeft de strijd tegen de sleur opgegeven en wordt genadeloos opgeslokt door het leven zelf. De enige keer dat het gehele dorp in rep en roer was, was toen in een donkere stille nacht die verder in niets afweek van alle andere nachten de plaatselijke kroeg afbrandde. Daarmee verdween ook het laatste plakkerige bodempje goudgeel levensplezier uit Obbicht. Van schrik stierf een kwart van de allerhoogst bejaarde inwoners: een gat in het bevolkingsregister dat natuurlijk niet door jonge frisselingen werd opgevuld.

Niet al te opmerkelijk dus dat mijn vader besloot dat het per 1 oktober genoeg is met de nietszeggendheid van de provinciale ledigheid. Van een theedoek en een oude vishengel heeft hij een knapzak gemaakt waarin hij alleen die spullen meeneemt die in de grote stad Arnhem van pas komen, want dat is de stad waarin zijn nieuwe voordeur toegang tot zijn nieuwe huis zal gaan verlenen. Het oude huis, een tot een soort van woongelegenheid omgebouwde boerderij, zal waarschijnlijk nog jaren en jaren leeg blijven staan. De oude steunbalken zullen stof vangen totdat zij wegens gemeentelijke herinrichting of iets dergelijks tegen de grond worden gewerkt om plaats te maken voor iets nieuws, dat eveneens oud oogt en ruikt en nooit de gewilde pretentie bereiken zal.

Alle goeds komt in drie├źn: hiep hiep hoera, Ernst, Bobbie en de rest, noem het allemaal maar op. Aangezien Obbicht nummer twee was in de rij van plaatsen waar mijn vader woonde nadat er na echtelijke besluitvorming besloten werd dat mijn moeder het huis in Sittard zou houden, verwacht ik dat de aankomende tijd in Arnhem legendarisch zal worden, vol van spannende nieuwigheden en interessante uitdagingen. Dat is in ieder geval wat ik hem toewens: een nieuw bruisend hoofdstuk in zijn boek des levens, stadse ervaringen om ieders vingers bij af te likken en niet te vergeten vele onafgefikte kroegen, waar het plezier met liters tegelijk uit tapvaten stroomt.



Terug