Terug

Donker

Het donker en ik hebben nooit een vriendschapsketting gedragen. Toen ik het babyvet net ontgroeid was, klikte ik elke avond opnieuw het licht op de gang aan en zette mijn slaapkamerdeur op een kier open zodat de duisternis me ’s nachts niet zou opslokken. Dit overigens tot zeer grote ergernis van de rest in het huis, die ’s avonds allemaal het beste met inktzwartheid omringd in slaap sukkelden. Een aantal jaar later ontwikkelde ik daarnaast de angst om in het donker in de spiegel te kijken, bang om daar andere contouren dan die van mezelf in te ontdekken of om achter mezelf een ander levend iets aan te treffen. En ook tegenwoordig ben ik nog niet helemaal over mijn nachtfobie heen: wanneer ik in de late (of juist weer vroege, in ieder geval donkere) uurtjes naar het toilet ga en terugkeer, bekruipt me zo nu en dan de angst om bij het terugstappen in bed mezelf aan te treffen, licht snurkend in een woelig dromenland verkerend.

Een zeer knappe psycholoog mag zich vast ooit eens buigen over de herkomst van deze angsten. Ik heb zelf geen enkel vermoeden waar die nyctofobie (want zo heet dat, dan ziet u ook dat ik een opleiding gevolgd heb) vandaan komt, maar om eerlijk te zijn kan me dat ook niet boeien.

(En dit dan het moment dat dit stukje het van mijn schrijvershanden wint. Het was de bedoeling een stuk te schrijven waarin ik enkele jeugdige angsten op een rijtje zou zetten waarna ik die aan het einde van het stuk geestig aan elkaar zou koppelen, maar dat gaat het niet worden. Niet deze keer. De letters nemen het over – zij geven u een pleidooi voor ‘het gevoel’, wat dat verder dan ook moge zijn. Ik ga proberen te slapen, welterusten.)

Nee. Het kan hem niet boeien, evenals al dat andere gepsychologiseer dat aan onze tijd eigen lijkt. Voor alles dient een verklaring gezocht te worden. Een bloem? Slechts een seksueel orgaan. Alles moet tot op het bot worden uitgeplozen. Liefde? Slechts een natuurlijk instinct, noodzakelijk voor het in stand houden van de soort. Alles wat niet tastbaar of op welke manier dan ook zintuiglijk waarneembaar is, wordt verworpen. God? Slechts een bundel chemicaliën. De boodschap van deze tekst, niet per se die van de schrijver ervan, is dan ook dat het maar eens afgelopen moet zijn met die overdaad aan redelijkheid. Voelen, dat moet u doen. Voel eens bewust alles wat u voelt. Of dat nu geluk, angst, liefde of God is. Maar vóél! Stop eens met denken, ook al is het maar voor vijf minuten. VOEL!

Zo. En nu ga ik onze schrijver van zijn slaap houden.



Terug