Terug

Courgettes

Een aantal maanden zijn Lisa en ik inmiddels al zeer regelmatig in onze moestuin te vinden. De meeste planten groeien en bloeien uitstekend. In een eerdere column schreef ik nog over buitengewoon bemoeizuchtige en ronduit strontvervelende medehoveniers, maar nu ze zien met welk een geestdrift wij elk weekend in weer en wind op onze knieën zitten om de tomaten, komkommers, aardbeien, augurken, rode bieten, koolrabi, uien, lente-uien, knoflook, sla, broccoli, bloemkolen, boerenkool, andijvie, groene pepers, bonen, appels, peren, rode bessen, rode druiven, blauwe bessen, blauwe druiven, vijgen, kruisbessen en kiwi’s te verzorgen, is het burengemekker van de baan. Dat eeuwige gezeik werd altijd gebracht onder het mom van ‘goedbedoelde adviezen’, maar daar had ik al snel mijn buik van vol. ‘Goedbedoelde zaken zouden verboden moeten worden,’ schreef ik eerder, maar daar moet ik een ietsiepietsie klein beetje behoorlijk op terugkomen. Ik dien er iets aan toe te voegen. Goedbedoelde zaken, mits niet gunstig uitpakkend voor mij, zouden verboden moeten worden.

Zeer goedbedoeld overhandigen verschillende tuinburen ons de afgelopen weken namelijk hun oogst alsof ze het als offers zien voor alle zeven wereldwonderen tegelijk. Als gevolg daarvan zitten we met een uitpuilende ijskast waarin elke extra stengel rabarber ontploffingsgevaar veroorzaakt. Toch zeggen we nooit nee wanneer een van onze buren met armen vol groente en fruit aankomt: ogen zijn en blijven groter dan de maag – vooral die van mij. Vorige week kwam een vrouw die het perceel tegenover ons huurt nog aan met een kleine kruiwagen vol vers groenvoer. ‘Zoek maar wat uit,’ zei ze, terwijl ze het dopje van een flesje kindercola draaide en dat aan haar mond zetten. Kindercola, normaal gesproken alleen gezopen door klotekoters, verdween nu met rasse schreden in het keelgat van onze buurvrouw, een pre-geriatrisch wezen met indrukwekkend groen gekleurde kalknagels. Ik verzonk in een stilte waarin ik mezelf afvroeg wat kindercola eigenlijk kindercola maakte. Was het een verminderd suikergehalte? Of was het suiker wellicht vervangen door natuurlijke zoetstoffen? Maar waarin verschilde kindercola dan van cola light? Het was een duivelse onwetendheid die mijn brein teisterde. Lisa had ondertussen een komkommer en een krop sla uit de kruiwagen gehaald en vriendelijk bedankt, maar de vrouw drong aan. ‘Neem toch meer!’ riep ze, ‘neem toch meer! Ik ben maar alleen en krijg dat toch nooit op! Neem meer!’ Gulzig slokte ze haar flesje leeg en haalde uit haar kontzak een nieuw flesje, dat ze ook weer opendraaide en meteen voor de helft opdronk. ‘Weet je wat,’ zei ze, toen ze zichtbaar een koolzuuroprisping voor ons verborgen probeerde te houden, ‘neem die hele kruiwagen maar.’ Bij het horen van die woorden vergat ik het kindercolamysterie meteen en stemde in met het meer dan genereuze aanbod. ‘Graag!’ riep ik, achteraf bekeken misschien iets té gulzig, waarop de buurvrouw de inhoud van de gehele kruiwagen (toch zeker enkele kilo’s groente en fruit, maar voor het grootste deel courgettes) links naast onze aardbeienplanten kieperde. ‘Je moet snel zijn met de courgettes,’ zei ze toen ze de duizend dankbetuigingen in ontvangst had genomen en aanstalten maakte om weer naar haar eigen tuin te gaan, ‘want die worden snel beurs.’ We stemden in, acteerden de sterren van de hemel dat we dat al lang wisten, en toen de vrouw uit ons zicht was, keek Lisa me aan. ‘Nu zitten wij met de zooi,’ zei ze verwijtend. ‘Wie gaat dat allemaal opeten?’

De volgende dag op school loog ik drie keer dat ik rauwe courgette als lunch heerlijk vond.’ Ken je dat niet?’ vroeg ik, en na een ontkenning: ‘Wat gek! Wil je ook een stuk?’



Terug