Terug

Concert

‘Wat leven we toch in een kleine wereld’, plegen enkele clichéliefhebbers verrukt uit te roepen wanneer ze erachter komen dat de neef van de buurvouw een zus blijkt te hebben die met de docent van de moeder van een oud-studiegenoot drie jaar geleden op hetzelfde tenniskamp in de Belgische Ardennen is geweest. Nu ben ik zelf niet bepaald een voorstander van het gebruik van dergelijke dooddoeners, maar dat wil niet zeggen dat ze verstoken zijn van een kern van waarheid. Integendeel, toen ik afgelopen week met mijn teerbeminde herinneringen aan mijn bittere leven zonder haar ophaalde, ontsnapte de zin ook uit mijn mond.

Opvallend was het wel, dat we een krappe maand voordat we elkaar tijdens een buitenlandse schoolreis op een kille Weense kerkvloer leerden kennen bij hetzelfde concert aanwezig waren geweest. Omdat dat concert voor ons beiden ook nog eens de boeken in ging als ‘het eerste concert ever-ooit’ en daarom een onuitwisbare indruk had gemaakt, stond de plaats waar we stonden in ons geheugen gegrift.
‘Links vooraan,’ zei ik.
‘Links vooraan,’ zei ook Lisa.
Het zal toch niet waar zijn, dacht ik terwijl ik enkele foto’s van de bewuste avond opzocht. En jawel: op hetzelfde plaatje waarop ik met een overdreven blije acnékop een onbeholpen poging doe de lens te versieren, is op de achtergrond een klein blond schepsel te zien.
‘Dat ben ik,’ zei ze en ik kon weinig anders dan bevestigen. Ik stootte een onverstaanbaar en zelfs voor mezelf niet te volgen betoog waarin de woorden ‘jij’, ‘ik’, ‘samen’, ‘foto’ en ‘maar dat is verdomme toch wel angstwekkend toevallig’ de boventoon voerden uit. Ondanks dat Lisa wat minder aangedaan leek, implodeerden mijn hersens rustig verder. De toevalligheid drong als een onverteerbaar stuk vreten mijn gestel binnen. Een invasie van onrealistische kansberekening, een onbegrijpelijk lot.
‘Wat leven we toch in een kleine wereld,’ riep ik uiteindelijk verrukt uit. Lisa keek me verbaasd aan.
‘Jaja,’ zei ze. ‘Een kleine, kleine wereld.’



Terug