Terug

Column

‘Kijk maar uit, straks kom je nog in zo’n column,’ is de zin die ik redelijk tot belachelijk voor moet aanhoren wanneer iemand in mijn directe omgeving een stommiteit begaat. Mijn ingestudeerde antwoord bestaat dan uit een ongemeend ‘haha’ en wat vriendelijk gemompel waarin de gedachte dat veel van mijn columns toch niet bepaald op harde feitelijkheden berusten, centraal staat. Meestal wordt er vervolgens glimlachend geknikt, het hardst door degene die zojuist bijvoorbeeld een kop hete thee over zichzelf of iemand anders geflikkerd heeft of die bijna is gestruikeld over een omhooggeslagen stuk tapijt. Omstanders vragen naar hoe het er nu eigenlijk voor staat, met mijn schrijverschap. Hoe of dat dat nu helemaal werkt, dat schrijven. Anderen vragen, semi-geïnteresseerd: ‘Schrijf je?’ Ik leg uit dat ik inderdaad wel eens grappig en doordacht tegelijk tracht te doen en ratel deel twee van mijn door herhaling stevig ingeslepen relaas af.

‘God Toon, dáár moet je ook eens een stukje over schrijven,’ is ook een zin die me eerlijk gezegd mijn keeltje uitkomt. Het is een grove misvatting dat schrijvers standaard kampen met een groot inspiratieprobleem en voordat het schrijven daadwerkelijk kan beginnen, eerst drie dagen nadenken over achtendertigduizend onderwerpen om vervolgens te besluiten toch het eerste onderwerp – vaak iets met een verloren liefde of een gebrekkige opvoeding - maar eens deugdelijk uit te werken. De echte schrijver – en heerlijk onbescheiden reken ik mezelf daar gewoon onder, fuck alle haters zoals men tegenwoordig pleegt te zeggen – gaat zitten en schrijft. Of dat nu inderdaad over liefdes of jeugdtrauma’s, over dikke buurvrouwen, poepspuitende nijlpaarden of over het schrijven van columns zelfs is, de schrijver zit en schrijft, onderwerpen in oneindige overvloed aanwezig. Bij dezen dank ik u voor de toegereikte hand, maar in plaats van hem aan te nemen snij ik hem liever zeer langzaam van uw arm en miezerige romp, hak hem in kleine stukjes en maak er een smoothie van, die ik vervolgens niet opdrink maar door de gootsteen spoel omdat ik weiger u in welk vorm dan ook tot me te nemen.

Bij die laatste opmerking dient overigens wel in het achterhoofd gehouden te worden dat het de taak van de columnist is te ontwrichten door ernstige overdrijving. Het al te serieus nemen van dergelijke uitspraken heeft in het verleden meermaals tot onnodige conflicten geleid. Desalniettemin zal mijn frustratie hopelijk zijn overgekomen. En zo niet, dan stop ik u in mijn eerstvolgende column.



Terug