Terug

Bourgondische-beproeving-II

We lachten erom. Lisa zei dat we zo nog eens iets meemaakten en zo duur was het toch ook niet. Volledig conform realiteit, want ik trakteerde.

Een dik half uur gebeurde er eigenlijk niks wereldschokkends. Vooruit, ik ging naar het toilet en stond met m’n zondagse schoenen in een plas urine om U tegen te zeggen, schold dusdanig hard dat ik een toilethokje naast me ‘nounou’ hoorde zeggen, keerde terug en flikkerde van een afstapje, maar dat was het dan ook wel. Het hoofdgerecht (varkensmedaillons in een of ander vreemd klinkend sausje met wat frituurfruit) leek op wat we hadden besteld en smaakte prima. Het geheel leek warempel af te stevenen op een geslaagd culinair avondje.

Onder het motto ongezond maakt ongedwongen bestelden we voor het dessert een ‘trio van chocolademousse’, een minuut of tien later met van die kleine chocoladebolletjes die je soms ook op zo’n oubliehoornijsje kunt doen, ach je weet toch wel, geserveerd door het meisje van de salade. ‘Laat het u behoorlijk smaken,’ zei ze, waarbij ze mij aankeek, mijn lepel pakte, een hap van de mousse nam en me bleef aankijken. Ze knipoogde hierbij opzichtig. Onder de tafel incasseerde ik een doodschop, maar had het er geloof ik voor over. Mijn fantasie zou niet tot dergelijke circusacts in staat zijn.

Toen de gemoederen wat bedaard waren, kwamen we tot de conclusie dat het een rare mousse was. En geen trio. Maar wel lekker. Dus we besloten het erbij te laten, af te rekenen en als de sodemieter deze inmiddels toch op z’n minst als ‘vreemd’ te bestempelen zaak te verlaten. Dat was ons echter niet gegund: het volledige pinapparaat                  bleek                 foetsie. ‘Wel godverdomme,’ zei de mevrouw van het hondje en draafde de keuken in. Vijfentwintig minuten later kwam ze bezweet tevoorschijn met, jawel, het pinapparaat.

‘Eens kijken,’ zei ze, toen ze achter de balie stond. Wat drankjes, tweemaal kippenpastei, tweemaal varkensmedaillons en, even kijken … tweemaal panna cotta. Dat maakt dan zeventig euro alstublieft.’ Ze glimlachte er nog bij ook.



Terug