Terug

Alleen

Ik schreef er al eerder over: werken in een supermarkt is niet altijd een pretje. In de jaren dat ik talloze keren per week op de werkvloer aantrad, heb ik moeten zwijgen over de mensonterende taferelen die zich in het klantencontact afspeelden. Maar nu ik al een tijdje bevrijd ben van de ketenen van het supermarktwezen, kan ik eindelijk eens wat misstanden de wereld in helpen. Ik steek van wal.

Wildersiaans zou ik willen beweren dat grofweg alle boodschappenverzamelaars van boven de zeventig per direct een winkelverbod opgelegd moeten krijgen. Als ik zo’n oudje een product aangaf waar ze bijzonder onvriendelijk om hadden gevraagd, wilden ze steevast een kleinere portie.
‘Want ik ben maar alleen,’ heb ik er honderden horen zeggen. ‘Ik krijg dat alleen niet op.’
En dan was het aan mij om te zeggen dat dit helaas echt het kleinste Chinese kippensoepblikje was dat we in huis hadden. Dan hield ik me vast aan het dichtstbijzijnde winkelrek in de buurt, want ik wist dat ik ervan langs zou krijgen. Dat gebeurde dan ook. Woorden als ‘onbeschoft’, ‘jeugd’, ‘oorlog’ en ‘advocaat’ voerden in hun betogen elke keer de boventoon.

Afgelopen week at ik samen met mijn vriendin bij de Chinees een rijsttafeltje. Achter ons zat een ouder stel. Ze converseerden zachtjes. De ene hand gebruikten ze om te eten, de andere om elkaar vast te houden. De man was slecht ter been en zijn vrouw zag er zeer ziekelijk uit: ik vreesde dat ze in de winter van hun leven waren beland. Lisa en ik lulden over onze relatie en we spraken de hoop uit er over pakweg vijftig jaar ook zo bij te zitten. We noemden de mensen achter ons zelfs even ‘schattig’.

Op een onbewaakt moment zwiepte de deur van het gezellige zaakje op de markt in Sittard open. Ik herkende haar meteen en schoot uit automatisme onder de tafel. Toen ik me herpakte, zag ik dat het vrouwtje moeizaam door de zaak strompelde en op me af kwam. God nee, dacht ik. Dan liever de lucht in. Ze duwde haar rollator echter goddank langs ons tafeltje en nam plaats bij het schattige tweetal.
‘Dag Marie,’ zuchtte de man. Zijn vrouw piepte ook iets.
Waar ik al bang voor was, gebeurde. Marie stak van wal en vertelde honderduit over lang verloren dochters ergens aan de andere kant van de wereld en gecremeerde echtgenoten. Ik kende het verhaal en fluisterde Lisa, die met haar gezicht naar het tafereel zat, toe welke onderwerpen er nog zouden volgen. Het verbaasde me niet dat ik gelijk kreeg.

Marie vroeg wat extra bestek aan de ober. Deze knikte. Marie vertelde. De man wilde onderbreken. Marie verhoogde haar volume. Marie kreeg bestek. Marie begon uit de aluminium schalen die op de tafel stonden te eten. Schransen. Marie zei dat ze maar alleen was en een eigen portie waarschijnlijk niet op zou krijgen. De man zweeg en begon te trillen. Marie vertelde. Marie vertelde. Marie vertelde. Marie nipte aan de wijn van de schattige mevrouw. De schattige mevrouw stond op, sleepte zichzelf naar de toonbank en voldeed de rekening. De schattige meneer stond ook op. Ze trokken hun jas aan. Marie vertelde. De schattige mensen vertrokken. Marie at, dronk en vertelde. Lisa en ik stonden op en betaalden ook de rekening. Toen wij de tent verlieten, zat Marie er nog steeds. Ze at en vertelde, hoe alleen ze ook was.



Terug