Baat het niet dan schaadt het niet

Jules en zijn vrouw maakten een zoon, en evenals voor zijn vader duurde het ook voor hem lang voor hij iemand vond aan wie hij zich wilde, maar toch voornamelijk kon binden. De weg naar geluk in de liefde was niet eenvoudig. Jules voelde een diep medelijden met zijn zoon toen hij op een vroege avond terugkwam van een etentje bij een van zijn eerste vriendinnen. Opzichtig krabde hij in de keukendeur aan zijn gezicht, dat onder zoveel bultjes bedekt was dat Jules soms twijfelde aan het ware uiterlijk van zijn zoon. Zou hij hem nog herkennen als zijn gezicht plots glad was?
‘Papa,’ zei de jongen, en plofte neer aan de keukentafel. Jules legde het grote mes waarmee hij groenten hakte voor een stoofpot aan de kant.
‘Het is oneerlijk,’ zei de jongen zacht.
Hij gaat huilen, dacht Jules plots huiverig. Hij gaat huilen, ik voel het.
‘We waren gewoon bij haar thuis, ik at mee. Ze aten spinazie, en dat lust ik gewoon niet. Maar dat kon ik toch niet zeggen? Ik at voor de eerste keer mee, godverdomme.’
Jules keek de jongen strak aan. ‘Niet doen,’ zei hij streng.
‘Oké, geen godverdomme dan. Maar ik at de eerste keer mee. Ik vind spinazie gewoon goor, maar écht, écht niet lekker. Je weet het. Maar goed, ik at het toch. Ik probeerde het, voor haar, weet je wel.’
Haar, dat was een ielig meisje met een groot hoofd op wie zijn zoon verzot was. Ten minste, daar ging Jules voor het gemak van uit. Soms vroeg hij zich af of het niet gewoon de hormonen waren die zijn zoons blik vertroebelden, dat hij alleen wilde wat mannen in wording willen, en dat het er weinig toe deed met wie. Dat hij zich daarover later wel zorgen zou maken. First things first, of zoiets.
‘Ik begin bij het begin. Ik loop naar binnen, wordt die moeder helemaal gek omdat ik schoenen aan had. Begon ze te gillen dat ik ze uit moest doen. Dus ik doe mijn schoenen uit.’
Zijn vrouw kwam binnen. De zoon stopte met praten. Zijn vrouw vertrok. De jongen ging verder.
‘Die vrouw was een schoonmaakwaanzinnige. Ze inspecteerde m’n kleren voordat ik op een van de eetkamerstoelen ging zitten. Ze was gewoon bang dat er vlekken zouden komen op haar oerlelijke meubels. Kutwijf.’
Weer keek Jules zijn zoon strak aan. De zoon nam niets terug, ging onverstoorbaar verder.
‘Toen ik mocht gaan zitten, vroeg ik wat er op het menu stond. “Een ovenschotel,” zei ze kortaf en ze vroeg of ik dat lustte. Wat kon ik anders dan gewoon knikken? Dus ik zit daar, komt ze aan met een grote bak. Een bak met aardappelschijfjes, gehakt en spinazie. Ik probeerde alles op te eten en de spinazie opzij te schuiven, maar die vrouw zag het. “Eet je groenten,” zei ze, want ik moest nog groeien. Ik durfde het gewoon niet te laten liggen papa, dus ik nam een paar happen.’
Jules keek naar zijn zoon. Toen hij merkte dat de zoon niet zou gaan huilen, voelde hij een verbondenheid die hij nooit met iemand anders had gevoeld. Hij wist: ik voel dit nooit meer. Dit is een moment dat ik moet onthouden, zodat ik het later nog eens terug kan halen. ’s Nachts, als ik eens wakker lig, kan ik dan nog eens van de herinnering nippen.
‘Na twee happen voelde ik het al. Het was echt vies. Ik weet niet waarom, maar uiteindelijk at ik alle spinazie op. Toen begon die vrouw me uit te horen. Over jouw beroep, over dat van mama. Hoe we elkaar ontmoet hadden. Of we het al hadden gedaan. Ik voelde het gewoon opkomen papa, ik kon er echt niks aan doen. “Ik ga naar het toilet,” zei ik en ik stond zo snel als mogelijk op, maar het was te laat. Ik stond in de gang en het kwam. Het kwam, papa. Ik kon het niet stoppen. Over dat tapijt. Ik zag de gekookte blaadjes spinazie weer terug. Daar viel het me pas op dat ik niet had gekauwd, maar alles gewoon door had geslikt.’
Medelijden is de ergste vijand van de liefde, schreef Jan Wolkers eens, maar Jules was ervan overtuigd dat Wolkers daarbij de romantische liefde in het achterhoofd had. Het medelijden dat Jules voelde, vermenigvuldigde de liefde voor zijn zoon met een duizendvoud.
‘Die vrouw stond plots achter me. Achter haar schouder zag ik het hoofd van m’n meisje. Ze schudde haar hoofd en liep weg. Ik keek in de ogen van de vrouw en ik zakte echt door de grond. Weet je wat ze zei? “Eruit,” zei ze en ze wees met haar vinger naar de deur. Toen zei ze: “Eruit, en nooit meer terugkomen.” En ze sloot af met: “Ze wil je niet meer zien. Het is uit.” Wat moest ik zeggen papa? Wat moest ik doen? Ik ben maar gewoon gegaan.’

Jaren later zwaaide Jules zijn zoon uit op Schiphol. ‘Hou het binnen,’ zei Jules knipogend. De zoon glimlachte en de jaren die daarop volgden, zou Jules het zonder die glimlach moeten stellen.

Na Jules’ en Antons onthullingen op de hotelkamer, besloten ze terug te gaan naar Jules’ huis. Het was daar dat Jules besloot zijn zoon na een lange periode van stilte op te bellen. Baat het niet dan schaadt het niet, dacht hij toen hij zocht naar ‘zoon’ in zijn mobiele telefoon.

Terug